- Vijfenzeventigste editie - 8 maart 2025 - 2e Jaargang -
'Hey Bro, elk om beurt. Dat is nog steeds het eerlijkst’.
‘Vind ik ook’.
‘Dus, dat heerlijk zacht weertje dat voor een keer in België zit in plaats van in het zuiden, dat zal toch wel eens deugd doen vermoed ik?’.
‘Het doet deugd, ja. Maar het is tegelijkertijd niet normaal. Er sneuvelen weeral records’.
‘Pluk de dag, Bro. Doe een terrasje. Zolang het duurt, kan je er maar genot van hebben’.
‘Ja, dat wel, maar nu weet ik niet meer of het lente is of al zomer’.
‘De wereld is verwarrender dan ooit, Bro’.
Hans Lengeler, Lorgues, Provence
Jeroen Vermeiren, Gent, België
Eerlijk gezegd zijn we U allang beu.
Maar blijkbaar is het nog maar een begin,
en ontkomen we niet aan Uw dagelijkse onzin.
Er zijn van die gesprekken die je in een soort intellectuele spagaat dwingen. Een paar dagen geleden had ik er zo een. Ik ontmoette een deerne die rotsvast gelooft dat de aarde plat is. Niet figuurlijk, als in ‘de wereld ligt aan je voeten’. Neen, letterlijk: een platte schijf, omgeven door een gigantische ijsmuur, met niet één maar twee zonnen en een streng geheim protocol waarin piloten zweren het publiek onwetend te houden.
"We worden voorgelogen!" zei de deerne stellig met gekruiste armen en een betekenisvolle blik, die leek te suggereren dat ze net in haar ampele eentje de hele NASA had ontmaskerd. "Jij gelooft nog steeds in de leugen van het ronde?", klonk het schamper. En neen, zij was geen bloedverwante van zijne Wandelende Oranjerie, aka Donald J. Trompé.
Ik beken, lieve lezer, dat ik mij die bewuste avond niet had voorbereid op een episch debat over de geometrie van onze planeet. Ik dacht hoogstens een gin tonic soldaat te maken en onder het genot van de cello suites van Bach wat te mijmeren over de tragiek van het moderne bestaan. Maar daar zat ik dan, oog in oog met een mejuffer die met vuur en overtuiging een theorie verdedigde die sinds Magellaan toch vrij adequaat ontkracht is.
"We worden voorgelogen!"
"En die ijsmuur," vroeg ik, "waarom is die er?"
"Om ons tegen te houden," zei zij samenzweerderig.
"Tegen te houden van wat?" wilde ik weten.
"Van wat erachter ligt."
"En wat ligt er dan achter?" vroeg ik tegen beter weten in.
Dát wist zij niet precies. Maar dat het groot was, en dat ‘ze’ het voor ons verborgen hielden, dat stond vast. ‘Ze’, dat zijn altijd mysterieuze entiteiten. Overheden, wetenschappers, illuminati, de slager om de hoek, wie zal het zeggen.
"En die tweede zon?" probeerde ik nog. "Wanneer kunnen we die eens bewonderen?"
Zij haalde diep adem, alsof zij zich schrap zette om mij in vertrouwen te nemen over een duistere waarheid. "Die zie je niet," fluisterde zij. "Omdat ze dat niet willen."
Eerder dan te informeren naar wie die ‘ze’ precies zijn, besloot ik dat het beter was weinigzeggend met het hoofd te knikken en een enigmatisch ‘huh-huh’ te brommen. Soms is het nu eenmaal eenvoudiger om met de stroom mee te gaan, zelfs als die stroom een figuurlijke Niagara-waterval van nonsens is.
Plots stond de deerne op. Zij schudde mijn hand en boog zich samenzweerderig naar mij toe. "Denk erover na, hè”, fluisterde zij. “En stel jezelf de vraag: waarom zouden ze ons willen laten geloven dat de aarde rond is?"
Het duizelde in mijn hoofd en even, heel even, leek de zwaartekracht – volgens het wicht in kwestie wellicht óók een hoax – haar grip op mij te lossen. Maar ook dat ging voorbij. Samen met de platlandster ging ook de ijlheid in mijn hoofd én mijn algehele verbijstering in rook op. “De realiteit overtreft altijd de fictie”, dacht ik nog, wijl ik mij een verse gin tonic prepareerde.
JV
Wie een account heeft op Mastodon kan me daar vinden via een klik op onderstaand logo.
‘Ik doe aan intuïtief treinen.’ Het was een van de eerste dingen die ik over mijn collega S. te weten kwam. Ik was net gestart op mijn nieuwe job, waarmee ik opnieuw enkele dagen per week naar Brussel moest sporen. S. heeft de luxe niet ver van een station te wonen in een centrumstad, met regelmatige, rechtstreekse verbindingen naar de hoofdstad. Intuïtief treinen betekent voor haar dat ze de NMBS-app niet checkt en op goed geluk naar het station wandelt. Ze zoekt wel het perron op het scherm in de hal, anders zou haar intuïtie wel heel erg straf zijn.
Hoewel ik wél verplicht ben om rekening te houden met uurregelingen wegens onvermijdelijke overstap, ben ik ook intuïtief treinnemer op mijn eigen manier. Dat besefte ik, toen ik de draad terug oppikte als Brusselpendelaar. Ik wist nog exact hoeveel stappen ik moest zetten van de hoofdingang naar het betreffende perron, ik voelde feilloos aan wanneer de rij bij de koffiebar de perfecte lengte had om mijn trein nog te kunnen halen, ik nam zonder nadenken de kortste weg, al zigzaggend door de andere pendelaars heen, ik wandelde intuïtief naar de plek op het perron waar ik het meest kans had op een zitplaats én waarbij ik me, van zodra ik aankwam in Brussel Noord, het dichtst bij de trap zou bevinden die me naar de meest nabijgelegen zij-ingang bracht. Al die kleine handelingen, die ik elf jaar lang had gedaan, kwamen vanaf de eerste dag meteen terug. Alsof ze opgeslagen waren in het weefsel van mijn spieren. Als de trein dan uiteindelijk het station binnenreed, wist ik perfect wanneer ik zelf in beweging moest komen, zodat de deur vlak voor mij geopend werd bij stilstand. Het summum van intuïtief treinen, want zo heb je eerste keuze van zitplaats.
De meeste reizigers maken de fout om meteen te beginnen stappen, van zodra de locomotief hen voorbijrijdt. Maar zo verlies je het overzicht. Toch blijkt die collectieve drang telkens weer te sterk. De massa komt nerveus in beweging en het vergt moed niet meteen mee te gaan in deze hypnotiserende choreografie. (Iets in mij ziet hier ook een metafoor in voor de ruk naar rechts in onze samenleving, maar op den duur is elke aanleiding goed voor maatschappijkritiek). Hier en daar wordt er een elleboog gezet, een rugzak opgeworpen en maken schouders zich breed. Maar ik doe altijd een stap achteruit en wacht geduldig het moment af om toe te slaan. Toegegeven, het lukt me niet altijd. Soms kom ik uit bij een wagon eerste klas of eentje voor fietsen, waardoor je je zijwaarts als een krab naar Brussel verplaatst. Al is dat nog altijd beter dan een sardientje.
Dat je door deze tactiek als eerste een plekje kan kiezen in de wagon, is geen garantie op een comfortabele treinrit. Hoewel je veel dingen kan opvangen met een koptelefoon en een boek om je in te verdiepen of het opkuisen van een uitpuilende mailbox, is het toch steeds afwachten wie je tijdelijke treinburen worden.
Op een ochtend stopte toevallig de stiltewagon voor mijn neus. Dat klonk me als muziek in de oren, want het elimineerde meteen al een aantal mogelijke ergernissen. Ik moest nu minder strategisch een plekje uitkiezen en ik voelde me licht als een veertje. Dit werd een mooie dag. Op het fluitsignaal had ik zelfs nog steeds geen overbuur. Het kon niet beter worden.
En inderdaad, de omstandigheden werden niet beter, maar slechter. Want net op het moment dat ik de treindeuren piepend hoorde sluiten, ging in onze wagon de schuifdeur met een ruk open. Deze onaangekondigde treingast kon potentieel de harmonische bubbel verstoren waarin ik me had opgesloten. En ik vervloekte de vrije plaats recht over mij. Het eerste wat ik opmerkte, was haar geur. Een mix van zurig zweet en humus (met één m). Het tweede was de plant die ze omklemde. Geen kamerplant, maar een rustieke exemplaar met een kluitje aarde aan de wortels. Mijn medependelaars meden duidelijk oogcontact, in de hoop dat ze hen voorbij zou schuifelen op het smalle gangpad.
De plof waarmee ze zich liet zakken op de zitplaats voor mij, verspreidde een explosie van geuren. Als een paddenstoel die met een knal sporen verstrooit op een mossige bodem. De walm deed mijn neusgaten trillen en die trillingen zetten zich door naar de fijne haartjes in mijn oren. De geur was zo indringend dat ik het bijna kon horen. Een geheel nieuwe sensatie die ik kon toevoegen aan het lijstje waarnemingen die mijn misofonie triggerden. Naast getokkel op laptops, geklik van draadloze muizen, luid gebabbel of gefluister (zo net onverstaanbaar waarbij je enkel gesis kan waarnemen), yoghurtpotjes tot de bodem afgeschraapt, appels al slurpend tot het klokhuis verorberd, luid geadem al dan niet door de neus, berichten getypt met alle toeters en bellen aan, het geknisper van een verpakking gevolgd door gekauw op een taai broodje.
"De plof waarmee ze zich liet zakken op de zitplaats voor mij, verspreidde een explosie van geuren"
Ik kon me niet meer concentreren en vanuit een mix van walging en verwondering begon ik mijn overburen te observeren. Zij op de stoel naast het pad, de plant op die aan het raam. Ik vroeg me af wat haar bewogen had om zo pril in de ochtend op een trein te verschijnen met een plant. Had ze die gekocht op een vroegmarkt? Of onderweg naar het station uitgestoken? Welke eindbestemming voorzag ze voor de plant? Of zou die haar blijvend gezelschap houden? Was die plant haar vriend? Met zachte stengels die naar haar uitreikten, een schepsel waar ze voor kon zorgen? Verdiende hij daarom een eigen stoel op de trein en dan nog aan het raam? Misschien waardeerde ze in het bijzonder zijn zwijgzame karakter. En koos ze bewust voor de stiltewagon, omdat hij zich daar op zijn best voelde? Misschien vond ze het fijn na een dag samen op avontuur, om hem ’s avonds terug in de aarde te plaatsen. Een ritueel waarbij ze haar oor tegen hem te luisteren legde, zodat ze de sappen kon horen stromen. Als het ruisen van de zee in een schelp.
Misschien ging ze elke nacht slapen met de vurige wens ook een plant te zijn, een ingenieus systeem van fotosynthetische self-nurturing. Een bestaan herleid tot de essentie van licht, water en koolstof. Een doorgedreven type zelfzorg waar wij alleen maar van konden dromen.
Ze stapte af in Brussel-Zuid. Haar geur bleef nog even nagalmen.
In mijn nieuwsapp las ik dat een oranje man een grondstoffendeal wou sluiten in ruil voor vrede. De pot op met zelfvoorziening: andere landen hun bodem leeghalen op straffe van oorlog, dat is de weg vooruit. Elk conflict vandaag is terug te brengen tot economische belangen. Mining or landmines: you simply don’t have the cards to decide.
Ik had instant heimwee naar de vrouw en haar plant. En het stilzwijgende, self-nurturing pact dat ze gesloten hadden. In hetzelfde artikel nam de journalist ook het woord misogynie in de mond. Tot voor kort waren enkel de termen misofonie en misosoep (het gerecht, niet de walging voor soep) frequent aanwezig in mijn leven. Met het een heb ik moeten leren leven, met het andere wordt leven net iets aangenamer. Ik vroeg me af of er, naast misogynie, nog andere woorden bestonden met miso- als voorvoegsel. Google vertelde me dat dat rijtje verontrustend kort bleek te zijn: misopedie (kinderhaat) en misogamie (afkeer van het huwelijk). Ik vond het beschamend en disproportioneel dat mijn walging voor bepaalde geluiden tussen die verschrikkelijke termen stond. Sonofobie leek me veel gepaster. Angst en walging gaan immers vaak samen. Ik walg bijvoorbeeld ook van spinnen, maar dat heet dan arachnofobie en niet misoarachnie.
Raakte ik hier niet de essentie van wat zich voltrekt in onze maatschappij? Dat de aanzienlijke stijging in vrouwenhaat, ingegeven is door een diepe angst voor vrouwen en de complexe wezens die we zijn? Is het niet de angst die geleid heeft tot onderdrukking? Is het niet de diepe vrees dat enkel wij vrouwen de werkelijke afstamming van ons nageslacht kennen, die de voedingsbodem vormde voor het patriarchaat?
Was vanuit dezelfde redenering gynofobie dan toch ook geen gepaster woord? Ik herlas de zin in het artikel en verving in gedachten de term. Het plaatste deze machtige mannen vol narcisme en waanzin meteen in een heel ander daglicht. En hoewel dat hen uiteraard niet minder gevaarlijk maakte, leken ze wel plots minder bedreigend en potent.
Wat denk je, Vlaamse media, zullen we dit walgelijke, self-nurturing discours laten afbrokkelen door de zaken te benoemen zoals ze werkelijk zijn? De (miso)-soep wordt misschien nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Maar het kan geen kwaad om ze preventief al wat lauwer te maken.
EVB
Ik heb in België nooit een paraplu gehad.
Als het regende, werd ik nat. Kwam ik thuis, dan trok ik andere kleren aan, droogde mijn haar, dronk een beker warme chocolademelk, en dat was dat. Soms was ik letterlijk tot op het ondergoed doorweekt, maar ik kan me niet herinneren dat ik daar erg van afzag. Niets zo fijn als een warme douche wanneer je zeiknat ben thuisgekomen, en daarna dus die warme chocolademelk om je ingewanden weer op temperatuur te brengen en je hersenen een shot vet-suiker-cafeïne te geven dat er Pavlov-gewijs voor zorgt dat je al begint te kwijlen wanneer de eerste regendruppels vallen.
In de tijd dat ik in het Gentse Ledeberg woonde en lesgaf in Mariakerke, fietste ik ’s morgens vaak meer dan een half uur door regen en wind naar school en stond dan de eerste uren les te geven in een jeans met kletsnatte pijpen. Ik deed niet aan regenbroeken. Waarom zou ik? Tegen het derde lesuur waren die broekspijpen weer droog.
Toen ik naar Spanje verkaste, was er dus geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht om een paraplu te kopen, laat staan regenkledij. Want, komaan: Spanje! Had Samantha niet ‘alle dagen zon’ voorspeld?
En toch: ik was hier nog geen jaar, en ik zag me al genoodzaakt een paraplu te kopen. Niet tegen de regen. Het regent hier wel eens, en soms behoorlijk hard, maar niets waar een doorgewinterde Vlaming die stevige plensbuien gewend is tegenop zou zien. Als het regent, denk ik: goed voor de haarwortels, en wandel in mijn jeansvest naar de groentewinkel alsof er geen wolkje aan de lucht is, ook al regent het een Spaans equivalent van pijpenstelen (dat zijn weinig pijpjes met korte stelen).
"Valencianen zijn katten als het op regen aankomt"
Algauw kwam ik erachter dat ik mijn dorpsgenoten daarmee stress bezorgde. Valencianen zijn katten als het op regen aankomt: als er drie druppels vallen, wagen ze zich de deur niet meer uit, en laten ze hun kinderen thuisblijven van school. En zien dan sinds 2008 vanachter het raam een Belgische op straat passeren, met ontbloot hoofd en zonder paraplu, de weergoden verzoekend om een virale infectie.
Van de paar mensen die ondanks het regenweer toch - stevig ingeduffeld - de straat op moesten (om bij de apotheek hoestsiroop te halen voor een huisgenoot die zich niet op tijd aan de regen had kunnen onttrekken, veronderstel ik), kreeg ik steevast opmerkingen als “No llevas paraguas!” (je hebt geen paraplu), alsof ik dat zelf niet doorhad, of “Se te moja el pelo!” (je haar wordt nat), waarbij er naar mijn haar werd gekeken alsof het in brand stond.
Ik vond dat altijd erg mooi. In België ben ik zelden op straat door onbekenden aangesproken geweest op een manier die aantoonde dat de ander inzat met mijn welzijn. In Rafelbunyol gebeurt dat dus wel.
Daarom besloot ik een paraplu te kopen. Zodat mijn dorpsgenoten zich om mij geen zorgen meer moeten maken wanneer het regent.
Maar een regenbroek: nee.
Er zijn grenzen.
KV
Wie een account heeft op Mastodon kan me daar vinden via een klik op onderstaand logo.
Tot de laatste minuut was ik bezig met verf van de ‘tomettes’ tegels te krabben maar het is ons gelukt, ons nest in het bruisende Marseille staat er. De dagen nadien krijg ik nog regelmatig complimenten over mijn volumineus kapsel, die neem ik met dank in ontvangst maar ik meld er niet bij dat dat het stof is dat ik er maar niet uitgewassen krijg. Maar ik draag mijn stofsuikerspin met trots en zie het als een medaille voor ons harde werk.
Een vriendin vraagt ons: ‘dit zal wel de laatste grootste verbouwing geweest zijn, niet?’ maar daar zijn we nog niet zeker van. Na elke bevalling zei ik: dit nooit meer, en na elk kind dat uit de pampers was zei Bert: dit nooit meer. Maar het werden er toch drie. En het aantal bouw- en renovatieprojecten is ondertussen niet meer op twee handen te tellen.
Vooralsnog moeten we bekomen want ook al voelen wij ons nog jong en fit, we kunnen niet meer ontkennen dat zo’n fysiek werk er harder inhakt dan 21 jaren geleden toen we onze eerste grote verbouwing uitvoerden: de creatie van ons restaurant De Walrus.
Mijn verkoudheid is eindelijk vertrokken maar nu ligt Bert boven in bed te bibberen met iets griepachtig. Ik zorg voor thee met citroen, gember en honing. En preisoep met veel look. En ik stook de houtkachel op want buiten wakkert de wind aan en drommen steeds meer grijze wolken samen. De komende dagen voorspellen ze veel regen en dat is balen want we wilden onze bankrekening weer aanzuiveren met allerlei buitenwerk. Maar misschien is dit ook wel een teken dat we het even wat rustiger aan mogen doen.
"Ik bijt me vast in enkele administratieve uitdagingen"
Ik bijt me vast in enkele administratieve uitdagingen waar ik een hekel aan heb. Zo ontdekte ik dat de energiemaatschappij ons extra betalende diensten in de nek heeft gedraaid en we nu enkele honderden euro’s extra moeten betalen. Ik dacht deze al een jaar geleden geannuleerd te hebben maar aan de telefoon verneem ik dat dit weer andere diensten zijn. En dat ik daar allemaal protest had tegen kunnen aantekenen zoals beschreven in de Algemene Voorwaarden, een document van 500 pagina’s dat je bij de aansluiting van je abonnement via je email ontvangt.
Of de telefoonverzekering die ik me op een hele sluwe manier liet aansmeren in de Fnac. Mijn telefoon was die ochtend tijdens het tandenpoetsen van het lavaborandje getotterd en het scherm in duizend barstjes gebroken. Midden tijdens de verbouwingen, met een deadline in je nek en snot dat alle kanten opvloog, snelde ik vol verfvlekken de Fnac binnen. Het scherm vervangen zou me al evenveel kosten als een nieuw exemplaar dus viste ik snel een nieuw model van het rek en repte me naar de kassa. Daar begon de vlotte verkoper over 30 dagen gratis een verzekering die ik in eerste instantie weigerde waarop hij naar mijn kapotte scherm wees en me vervolgens betuttelend toesprak: ‘dat kan u beter wel doen madam, dat had u nu ook veel geld bespaard’. Ik gaf dus mijn email en moest de code die ik via sms ontving aan hem doorgeven. ‘En na 30 dagen kan u het heel makkelijk stopzetten via deze website’ en hij kriebelde wat op een folder die hij me met een grote glimlach in mijn handen duwde. En zo liep ik met mijn twee ogen wagenwijd open in de val. Want nu blijkt dat ik met die code heb ingestemd dat ze geld voor die verzekering mogen ophalen en op de website kan ik helemaal niets stopzetten, hiervoor moet ik naar een nummer bellen dat ranzig duur is en waar niemand opneemt.
Ik kan me erg druk maken in zulke zaken, omdat het zo’n David en Goliath verhaal is waarbij je als kleine klant tegen een mastodont van een bedrijf moet opboksen die zich verstopt achter vlotte en sluwe verkopers en een administratieve rompslomp waarvan je gaat janken. ‘Uiteraard is dat de bedoeling’, zegt een vriendin die ooit voor een callcenter werkte waar ze mensen te woord moest staan die zonder het te beseffen bij hun mixer van 35 euro een verzekering van 15 euro per maand afsloten en daar pas jaren later achterkomen.
Nadat ik mijn hartslag en mijn stem uit de hogere versnellingen heb weten halen, beslis ik dat het welletjes is geweest met die administratie en dat ik in bad nog wat stof ga afweken en naar filmpjes kijken van Belle, daar word ik direct weer vrolijk van.
SL
Wie een account heeft op Mastodon kan me daar vinden via een klik op onderstaand logo.
Vrieeend,
Om het met de woorden van de buurvrouw uit mijn kindertijd te zeggen: ‘Ik heb mijn ruiten gekuist gehad’. Om eerlijk te zijn, het klonk uit haar mond eerder als: ‘kem mèn raaiten gekaaist gat’. Ik spreek van een tijd dat er nog geen geschreven regels omtrent het algemeen Nederlands bestonden, een zin werd dan ook vaak afgesloten met het voltooid deelwoord van “hebben”: gehad.
Dit woordgebruik maakt ook meteen duidelijk dat de klus helemaal is afgerond en voltooid. Klaar. Duidelijk. Zo heb ik het graag.
Ik heb dus mijn ruiten gekuist gehad en nu zijn ze weer voor een tijdje helder en transparant. Ruiten kuisen is een voorzichtige aanzet tot lentekuis en het is tevens een teken dat de winter op z’n einde loopt. Er staan reeds bomen in bloei in het zuiden, iets dat me gevoelsmatig telkens weer in hoge mate opwindt. Het is een ontwaken.
Ik had ook nog een andere reden om mijn appartementje wat op te frissen. Mijn dochter Marthe maakt een tussenstop en komt een paar dagen op bezoek. Als vader wil je dan het goede voorbeeld geven en kunnen zeggen, ‘kijk eens uit het raam lieverd, ginds zie je bergen van het Massif des Maures’. Met vieze ruiten is dat waauw-effect toch net iets minder, niet?
Op de afgesproken dag reed ik al vroeg in de morgen binnendoor naar het vliegveld van Marseille om haar op te pikken. De vlucht vanuit Noord-Afrika arriveerde netjes op tijd en we konden na een jaar afstand mekaar nog eens een warme knuffel geven.
Ongeveer halfweg tussen Marseille en Lorgues ligt Saint-Maximin-la-Sainte-Baume, met haar indrukwekkende basiliek waar de veronderstelde schedel van Maria-Magdalena wordt bewaard. We maakten een tussenstop om er een kaars te gaan kopen en een koffietje te drinken in de zon. Ik wil mijn dochter graag een vakantiegevoel meegeven vooraleer zij terug naar Brussel vertrekt en dus nemen we voor alles onze tijd.
In mijn appartementje installeerde ik haar op de sweet spot aan mijn tafel en stemde de radio af op FIP. We lunchten met brood, kaas, dadels en een tomate Mozzarella want zo zit je meteen in de zuiderse sfeer.
De schat viel na het eten uitgeteld in slaap.
"Mijn spieren voelen stijf en mijn knoken doen pijn"
Ik sloofde me uit in mijn keuken om haar te verwennen met lekkers. Gestoofde champignons in boter met szechuanpeper en look; rundsvleesballetjes met gehakte sjalot en komijnzaad; puree van aardappel en wortel; gestoofde groenten uit de oven. Véél te veel. Maar het smaakte en dat is het enige dat telt.
Ze had zin om een flinke wandeling in de natuur te gaan maken en zo kwam het dat we ons de volgende dag in de canyon van de Verdon gooiden en een kleine tien kilometer op en neer klauterden. De combinatie van zuiver water en een miljoenen jaren oud gebergte zorgen voor een innerlijke purificatie.
Gezeten op een platte steen aten we boterhammen en zoete dadels en we hoefden niet te spreken want de natuur sprak voor ons en we begrepen wat de aarde ons vertelde. Het was het verhaal van de oorsprong en van het ontstaan
Nu ben ik thuis en zoek ik naar woorden om mijn verhaal te vertellen. Maar misschien hoeft dat niet. Wie de grote natuur voelt, weet wat ik wil zeggen.
Mijn spieren voelen stijf en mijn knoken doen pijn. Maar dat is de prijs die je betaalt voor een sedentair leven. Ik neem me voor om vaker te gaan wandelen maar ik ken natuurlijk ook het verhaal van het oorkussen van de duivel en de weg naar de hel.
We zien wel.
HL
Wie een account heeft op Mastodon kan me daar vinden via een klik op onderstaand logo.
Naar mijn mening heeft onze nieuwe minister van Defensie groot gelijk als hij nog wat extra Amerikaanse F-35’s wil aankopen. Hij heeft zijn bewondering voor de Amerikaanse president nooit onder stoelen of banken gestoken en vindt het héél straf wat die man in amper een paar weken al heeft bereikt.
Onze minister heeft het inmiddels ook al over een “coalition of the willing”. Dat klinkt heel Bushiaans, Reaganiaans en dus republikeins. Slim.
Iemand waar je naar opkijkt, wil je te vriend houden en dat doe je door er wat miljarden tegenaan te gooien. Dat de jets zijn uitgerust met software die van op afstand kan worden uitgeschakeld, mag ons niet verontrusten. De Amerikanen zijn onze vrienden, toch?
TOCH?
Amedé
Deel 1:
Van Engelse tekst ter informatie:
Mensen die spelfouten maken, komen niet betrouwbaar over. Je bent misschien een aardig, beleefd en aardig persoon in het echte leven, maar een paar fouten in je grammatica in e-mails zullen waarschijnlijk de houding van bepaalde mensen ten opzichte van je beïnvloeden.
De volgende tekst is enkel bedoeld voor mensen die net als ik wat ongemakkelijk worden als er een staalfout optreedt vooral bij geschreven teksten. Er is in 2024 aangetoond dat dat ongemak echt optreedt dus ... wil ik vooral vermijden dat jij en ik ermee zit.
Zaterdag 23 01 2025:
‘Zijde klaar?’.
‘Ja, de stof is klaar. We kunnen beginnen’.
P M S: Pictures, Music & Story’s stelt voor:
Staalfouten 3
Staalfouten 1 en 2 zette ik op FB. Daar kwam weinig reactie op. Er kwam ook weinig reactie op een artikel van GDB met daarin het weinig aantal tanks per land in Europa in verhouding met die in Rusland. Nu de Russen zich gaan vrij maken uit de Oekraïense oorlog kunnen ze een ander land aanvallen bijvoorbeeld België, misschien dat er dan een reactie komt?
Veel mensen zijn bezig met zichzelf en hun zaken, niet met taal. Ze willen graag in van alles uitblinken maar slechts een deel van hen in taal. Het is voor dat deel alleen al de moeite dat ik dit schrijf, maar de anderen kunnen er zeker ook iets van opsteken. Taal gebruik je nochtans dagelijks dus waarom die af en toe ook niet wat oppoetsen?
Er zijn mensen die zeggen: ‘Ik kan daar een boek over schrijven’. Ik daag hen uit eraan te beginnen, dan zullen ze zien hoe moeilijk dat het is. Tenzij je je nooit afvraagt: ‘Is dat wel correct geschreven?’.
Een vriend van me wou een hoge berg beklimmen. Maanden voorbereiding had hij achter de rug en hij sprak enkel nog over dit. Ik zag hem en zijn teamgenoten op een dag ons ruim stamcafé Den IJzerwinkel binnenlopen en allemaal hadden ze stralende gezichten. Ze gingen allen de top bereiken, dat was duidelijk. Ik wist uit een boek dat ik eerder daarover gelezen had dat de werkelijkheid anders is.
Daarboven aan de top worden vetes uitgevochten die er soms latent al waren of pas ontstaan zijn tijdens de voorbereiding. Tijdens het klimmen van de rotsen van Freyr op 5 km van Dinant ging het iedereen goed. Plots werden ze pro’s die K4 gingen beklimmen. Het dodencijfer van K2 om maar eens een serieus voorbeeld te noemen is zowat 1/30 dus heel zeker was het niet allemaal.
Mijn vriend in kwestie is extreem wat zijn sportprestaties betreft, van marathonlopen tot een hindernissenreis ondernemen in IJsland. Mij niet gezien; ik heb me nooit aangetrokken gevoeld tot sportprestaties. Het enige dat ik graag deed was rustig baantjes trekken in schoolslag in het gemeentelijk zwembad van 25 m tot aan 1 km en me dan zwaar voelde als ik het zwembad via het laddertje uitstapte. Vermits dat laddertje sporten heeft was ik zo al voldoende uitgesport.
Toen hij daar aan de voet van zijn berg in Nepal een paar trials deed, werd hij in plaats van fitter hoogteziek en moest hij naar het hospitaal. Afspraken waren niet nagekomen. Plots eisten een aantal individuen tegen alle redelijke verwachting in het recht op, de top te bereiken. Eenmaal thuis was zijn frustratie zo groot dat hij dat allemaal eens in een boek ging zetten om de wereld de waarheid te vertellen. Weer iemand die een boek kon schrijven over iets. Van taal kende hij niet veel en schreef maar wat tekst aaneen, toch nog in hoofdstukken verdeeld. Dan was het zoeken naar een uitgever. Uiteindelijk 2 jaar later vond hij iemand die een oplage wou doen van 100 exemplaren. Uiteindelijk waren het de vrienden en kennissen die een exemplaar kochten.
Zo een versie heb ik van hem gekocht en gelezen. Er stonden meer taalfouten, verkeerde tijdsconstructies, d, t en dt fouten in dan dat er sneeuwvlokjes op K4 lagen, maar dat zeg je zomaar niet. Heel wat zinconstructies klopten niet. Ik zei hem dat ik het met plezier zou verbeterd hebben. Hij vreesde dat ik de inhoud ging verkopen! Aan wie zou ik dat verkopen? Twee jaar later was niemand nog in dat verhaal geïnteresseerd. Toen hij beter was had hij plannen voor een tweede poging ginder. Ik zei hem dat zijn kinderen hem nodig hadden, niet die berg vol sneeuw die helemaal op niemand wachtte en blijkbaar heeft hij geluisterd. Dat is een ander verhaal.
Een boek schrijven vraagt meer dan impulsiviteit. De taal moet goed zijn, het verhaal boeiend en gedoseerd wil je toch een groter publiek bereiken. Staalfouten wil helpen je te doen nadenken als je wat schrijft en is zeker geen naslagwerk. Na een tijd wordt het gewoon een verhaal dat de lezer kan boeien. Er staan ook wat technische zaken in ja, maar moeten we dan altijd onwetend zijn en dat overlaten aan deskundigen? Hebben mensen gelijk als ze een elektriciteitsleiding niet in de lucht willen hebben? Dat kom je verder te weten in deze tekst. Die is zowat 107 A4 pagina’s lang en er zit stof genoeg in om over na te denken. Ik wens je veel leesplezier toe. Ik luister tijdens het schrijven wat naar muziek en schreef af en toe erbij naar wat ik luisterde. Misschien vind je dat wel fijn? Als ik zeg dat iets best zo gezegd of geschreven wordt dan vind ik dat niet uit, maar komt dit door wat ik zelf leerde en wat er in boeken te vinden is. Ik kwam in contact met jongere lesgevers die zeiden dat de taal is hoe het volk spreekt.
Wel een groot deel van het volk spreekt vaak geen Nederlands maar wel dialect, vaak een plaatselijk dialect dat ergens anders niet direct begrepen wordt. West-Vlaams is eigenlijk geen dialect maar samen met Zeeuws-Vlaams een streektaal met plaatselijke nuances in in uitspraak en woorden. Een bepaald dialect kun je mooier vinden dan een ander. Sommigen vinden dat “wijs”. Maar dit wordt enkel gezegd rond Gent en dat merkte ik ook op op een dag in Aalst toen een vriendin Roos Van Pottelbergh zaliger dat woord gebruikte. Ze zei dat ze het wijs vond dat een Aalstenaar allerlei liedjes in het Aalsters gezongen kan beluisteren.
Aalsters hoort bij de Brabantse dialecten maar Gents is een apart dialect, ook met klankverschillen naarmate je dichter bij Gent centrum komt. Dit is enkel te horen door een geoefend oor en een buitenlander kan dat verschil nauwelijks horen denk ik. Vaak zegt men in Brabant: ‘Ah uw familie is van Hent?’. Dit is nu net niet de Gentse benadering maar wel de West-Vlaamse. De G van Gent is een plakkerige zware g die je zomaar niet van je lippen krijgt.
Wat heeft Natalia met batterijen te maken? Natalia: een zangeres.
Vanwaar komt het woord fiets?
Is Limburgs een dialect of een taal apart?
Elektrocutie is dat dodelijk? Wat is een elektrische shock? En wat is dan elektriseren en elektrificatie? Wat is Elektra?
Wat is het meervoud van een politicus en hoe spreek je dat uit?
Music:
ik luister naar een LP van Sia °1975. Ik vind haar stem fijn en de teksten klinken goed: one two three, one two three, three... Ze telt vreemd maar dat is prettig. Aan de slag dan maar.
Toen ik 16 was gingen we met de klas naar London. Ik vroeg aan de ontvangstbalie mijn kamersleutel: ‘Please sir, I want key number tree’. Ik wist niet dat je de h zo sterk moest aanblazen en de man wees naar het raam: ‘The trees they are outside’. Ik wist eerst niet goed waarom hij dat zei en hij vervolgde met sterke aanblazing: ‘You want key number thhhree?’. Nu wist ik wat hij bedoelde. Als iemand je wijst op een fout dan leer je bij.
Einde deel 1
FREN SOOP
GDB
Wat vond Archimedes dan?
Stel je hebt een bol die in een cilinder past. De bol heeft een straal r en zijn oppervlakte is: π . r². We beginnen met de formule voor de inhoud I van een bol: De bol heeft een straal r => I = 4/3 π . r³
Dan moeten we de inhoud van een cilinder berekenen.
De cilinder heeft een hoogte h.
Dan berekenen we I(cil):
I(cil) = opp. grondvlak x hoogte (1).
I(cil) = (opp. cirkel met straal r) x h (2).
I(cil) = π . r² x h (3).
Delen we nu de cilinderinhoud I(cil) door de bolinhoud I(bol) dan volgt:
(1)/(2) => Ib / Ic = (4/3 π r³ / π r². h) (4).
Dit geeft: (4) Ib / Ic = 4/3 r / h.
Stel nu dat de cilinder de bol net omhult dan is h = 2 r
De verhouding (4) wordt dan:
Ib / Ic = (4/3 . r) / (2 r).
Ib/ Ic = 2/3.
We zijn van dat transcendente getal π vanaf en vinden een mooi resultaat. We doen nu hetzelfde met de oppervlakten:
Re0ken zelf maar eens na:
………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
Je vond dus als het goed is:
A(cil) = Opp. (cil) = (2 . opp. grondvlak) + (opp. ronde mantel).
<=> Opp. (cil) = 2 . opp. cirkel + opp. rechthoek
<=> Opp. (cil) = 2 . π r² + omtrek cirkel x h
<=> Opp. (cil) = 2 . π r² + 2 r . h met h = 2 r volgt:
<=> Opp. (cil) = 2 π r² + 2 π r . 2r
<=> Opp. (cil) = 2 π (1 r² + 2 r . r)
<=> Opp. (cil) = 2 π(1 r² + 2 r²)
<=> Opp. (cil) = 2 π . 3 r²
<=> Opp. (cil) = 6 π r²
Mooi hé, je zou dat zo maar niet denken. De oppervlakte A(cil) van een cilinder die de bol omhult is 6 x de oppervlakte van de middencirkel of evenaar door de bol. De Britten gebruiken dat woord evenaar zelfs als ze een tomaat in het midden doorsnijden hoorde ik een goochelaar zeggen en doen bij BGT.
Nu is A(bol) = 4 π r²
<=> Dus A(bol) / A(cil) = 4 π r² / 6 π r²
<=> A(bol) / A(cil) = 4 / 6
<=> A(bol) / A(cil) = 2 / 3
Dus Ib / Ic = 2/3 = Ab / Ac
De verhouding van de inhoud van de bol tot de inhoud van de inpassende cilinder is gelijk aan de oppervlakte van de bol tot de oppervlakte van de inpassende cilinder en is gelijk aan 2/3.
Archimedes was zo blij dat hij een bol en bijhorende cilinder wou om op zijn graf te zetten en zo geschiedde. Plato vond op een dag zijn grafzerk met een bol en een cilinder op. Je zou dus denken dat Archimedes wou sterven van geluk.
Archimedes bepaalde eerder de inhoud en volume van een bol door een houten exemplaar in reepjes te snijden. In feite is dat wiskundig een goede benadering. Maar dan moest eerst nog het assenstelsel worden uitgevonden. Daarvoor zal Carthesius alias René Descartes zorgen zowat duizendzevenhonderd jaar later.
Eerst moet het papier nog uitgevonden worden en een goede veer of pluim en een porteplume (veerhouder?) om mee te schrijven.
René Descartes is ook de eerste moderne filosoof. Hij overdacht vaak dingen terwijl hij in bed lag. Waarover later meer.
Nu is Ic ook de collectorstroom en Ib de basisstroom van een toen nog later uit te vinden transistor. De deling Ic / Ib = β is daarbij de stroomversterking. Dat kwam uit de bol van William Shockley, John Bardeen en Walter Brattain in 1948 en was de start van de bouw van de huidige computers. Zij kregen hiervoor de Nobelprijs in 1956. En kijk, toevallig ben ik in dat jaar geboren.
EINDE
Gray Bodès 23 01 2025
Onder visie van GDB
PMS
(Foto: Carl Sagan - NASA/JPL)
VERDIEPING 6
gang 2 => Ingang wachtzaal ENKEL FAMILIE
Familielid tegen een ander.
-Oh ’t is erg! Onz’ vader moet dringend g’opereerd worden.
--Hoe erg! Verschrikkelijk! Nen artaanval?!
-Nee niet d’ arteriën, die waren nog ok. ’t Was de kraanslangader, ik bedoel de kransslagader.
--O. W.!
VERDIEPING 3
ENKEL MEDISCH PERSONEEL: INGANG KOFFIEBAR KAMERELF gang 2 OPGELET: deur sluit automatisch
Dokter tegen de andere.
- Wa was ’t?
--Oh den 13? Wel ja de pomp. Er scheelde iets met den toevoer. ‘K heb ze vervangen en nu marcheert alles weer. ‘k Moet nog den boel weer aansluiten, ‘t deksel d’ erop en ’t is in orde.
- Goe jong. Is da koffiemachien al gemaakt?
--Ja, ja.
- Wat was’t?
--Wel ja de pomp. Er scheelde iets met den toevoer. Z’ hebben ze vervangen, den boel weer aangesloten en nu marcheert alles weer. Kijk ‘t deksel zit erop en ’t is in orde.
- Zwart of wit?
--Allee jong wete da’ nu nog nie’? Ha ha ha.
- Met melk en suiker dan. Allee hop.
--Nee geen hop, melk en s u i k e r !
- Ha, ha.
--Nog nieuwtjes? Iets speciaals g’hoord?
- Ah ja, ‘k had nog een mopke g’oord.
--Allee vooruit.
- Wat is de naam voor een tent met een handige schuif erin?
--Kweni?
- Nee, ni kwenie, een làtent.
--Een làtent? Wa’? Ha! Ha, ha, ha. Een làtent van aha latent. Allee zeg, da’ ‘s een goeie, da’ wel maar da’s wel geen zelfstandig naamwoord hè! Een latent.
- Wie lettarop?
Felice
GDB CEO PMS 06 03 2025
© Au Parleur - JEROEN VERMEIREN/HANS LENGELER 2023/update 2024
SINT-DENIJSLAAN 31A - 9000 GENT
11, BOULEVARD CLEMENCEAU - 83510 LORGUES - FRANCE
BEELDEN: EIGEN WERK, UNSPLASH & FREEPIX