- Zesenzeventigste editie - 15 maart 2025 - 2e Jaargang -
'Hey Bro, mijn oma had een theorie: Elk kind wordt stout geboren, het is aan de grote mensen om er godvrezende brave kindjes van te maken middels strenge straffen en discipline'.
'En? Is het haar gelukt?'
'Niet echt, om straf te ontlopen, stak mijn vader vanalles uit achter haar rug. En als het dan toch uitkwam, ging hij keihard in ontkenning’.
‘Met gehoorzame en volgzame kindjes is het leven toch wat makkelijker?'.
'Voor wie autoriteit uitoefent wel, Bro. Onderwerping en een ontbreken van het nemen van initiatief, welke ware leider droomt daar niet van?'.
'Hoe kom je hier zo plots bij, Bro? Slecht geslapen?'.
'Neen, onze Vlaamse minister van Onderwijs die de mosterd wil halen in Engeland. Ik dacht dat we inmiddels al wat verder stonden in de evolutie. Ik denk dat het bijbrengen van structuur meer opbrengt dan bestraffing. Maar wie ben ik?'.
Hans Lengeler, Lorgues, Provence
Jeroen Vermeiren, Gent, België
Beste Hans Rieder, u blijkt nu eigenlijk in Zwitserland te wonen wat u een behoorlijk belastingvoordeel oplevert. En toch bent u de hele tijd in Gent…
Soms draagt u omwille van het dramatisch effect een keppeltje in de rechtszaal. Maar dat doet u omdat u Driesje, veroordeeld wegens racisme en negationisme, uit de gevangenis probeert te houden.
U bent een sluwe vos die de grenzen van het fatsoen opzoekt. U zou het ongetwijfeld nog veel verder kunnen schoppen indien u zou emigreren naar de VS, maar dat is dan weer zo’n gedoe met verhuizen en zo.
Het ga u goed.
Vrieeend,
‘Paps, je staat helemaal scheef’, zegde mijn dochter. Tja, ik heb al zolang ik me kan herinneren een zwakke rug en na het opstaan ’s ochtends duurt het even vooraleer alle wervels hun vaste plek hebben hervonden. ‘Ik zou wat meer moeten bewegen’, gaf ik toe.
Marthe doet reeds een paar jaar aan Thaiboksen en heeft een brevet waarmee ze een fitnesspubliek mag coachen. Ze weet elke spier liggen en kent inmiddels dus wel een paar truukjes waarmee je je fysiek kan oppeppen.
Ze sommeert me naar de sportwinkel van Brignoles en zoekt wat spullen uit waarmee ze me wil laten trainen: twee kleine halters, drie elastieken banden met een verschillende weerstand om rond je polsen of knieën te doen, een yogamat voor de grondoefeningen.
Thuisgekomen beginnen we meteen met een spierversterkende training voor schouders, buik en billen. Ik moet twaalf keer na elkaar hef-, plooi- en strekbewegingen maken en heel dat setje minstens twee keer per dag herhalen.
Het werkt. Toch als ik afga op de milde spierpijn die ik daags nadien voel.
Vooraleer ik de indruk wek dat het bezoekje van mijn dochter op een bootcamp leek, we deden ook best wat leuke uitstapjes in de buurt. Tenminste, op de dagen dat de zon het ons toeliet om buiten te komen. Het is maart en dat betekent veranderlijk weer. Dat is zo in het noorden en dat is zo in het zuiden.
We deden inkopen op de zaterdagmarkt van Carcès en dronken er koffie op een zonnig terras. We wandelden rond het hooggelegen Tourtour en hadden van daaruit zicht tot aan de Mont Saint Victoire die zeker tachtig kilometer verderop ligt. Naar het oosten zagen we afgetekend de besneeuwde toppen van Les Hautes Alpes liggen.
"Thuisgekomen beginnen we meteen met een spierversterkende training"
We maakten een stop in Villecroze waar huizen zijn uitgehakt in een steile rotswand. We aten een pannenkoek in Cottignac en we wandelden rond het kasteel van Entrecasteaux. We liepen langs de middeleeuwse torens en de restanten van de omwalling van Lorgues en passeerden het tempelierenhuis en het irrigatiesysteem dat zij ooit samen met de cisterciënzers van Le Thoronet bouwden om de omliggende velden vruchtbaar te maken.
Op zondag goot het. We keken in de namiddag naar Putain, de dramareeks die Zwangere Guy maakte over opgroeien in Brussel. ‘Kijk, dat is Lotte’, zegde Marthe, ‘Ik wist niet dat die ook meespeelde. En daar is Niels. Ken je die nog? Die viel altijd in slaap. Die is nog komen logeren bij ons. En daar, dat is gefilmd vlakbij waar ik woon. En dat is opgenomen in Mabo, de school waar onze Wiet zat’.
Mijn zoon leverde een paar bescheiden stukjes muziek voor de reeks en we probeerden te ontdekken waar ergens zijn bijdragen zaten. Marthe herkende sneller dan ik de sound van haar broer, maar dat verwonderde me niet.
We bekeken één na één alle afleveringen en na de eindgeneriek waren we er lichtelijk van aangedaan. ‘Putain’, zegden we tegen elkaar, ‘Putain, het rotte en corrupte Brussel… een stad die je wil haten en waar je tegelijk zo van kan houden’.
‘Overmorgen moet ik terug’, zei Marthe, ‘terug naar mijn poezen, mijn appartement, mijn wijk op vijf minuten stappen van Metro Clemenceau waar men met oorlogswapens op mekaar schiet terwijl de politie erop staat te kijken’.
‘Blijf hier’, wilde ik zeggen, ‘mijn boulevard heet ook Clemenceau. De enige politieagenten die je hier ziet, zijn die twee operettefiguren die het standgeld ophalen bij de marktkramers op dinsdag’.
Maar zo werkt het niet natuurlijk en dus voerde ik haar een paar dagen later naar het TGV-station van Aix-en-Provence. Een dikke vijf uur later kreeg ik bericht dat zij goed was thuisgekomen.
Ik doe nu twee keer per dag de door haar voorgeschreven spier- en lenigheidsoefeningen.
Het werkt.
HL
Wie een account heeft op Mastodon kan me daar vinden via een klik op onderstaand logo.
Ik ben een optimist. Serieus. De wereld kan branden, maar ik blijf geloven dat het allemaal wel goed komt. Met de wereld, en met mij.
Wacht. Dat is niet helemaal waar. Ergens tussen mijn 70-urige werkweek, mijn pogingen tot verantwoord ouderschap en het besef dat de wereld om zeep is, bekruipt me soms een lichte twijfel. Wat stel ik voor? Wie ben ik, al bijeen? De vleesgeworden sublimering? Een breindode? Een man die de liefde is verleerd? En wat met mijn vaderschap, met de grootst denkbare improvisatieshow, maar dan zonder applaus?
De waarheid is dat ik blind vaar.
Mijn stuurman heet hoop.
Mijn kompas is dat van het gezond verstand.
En wie weet, zal mijn kind ooit zeggen ‘gij hebt dat nog niet zo slecht gedaan’.
En wie weet, zal ik zelfs nog eens verliefd worden zonder me af te vragen of ik de kunst van het samenzijn verleerd ben.
En wie weet, draag ik op een dag slechts jarretels bij het slapengaan, gewoon omdat het kan.
Wie weet?
Niemand weet.
En dus is het zaak te blijven lachen,
te blijven zingen,
te blijven hinkstapspringen.
Net zolang tot het rekkertje knapt.
Wat moet zo’n elastiekje anders?
JV
Wie een account heeft op Mastodon kan me daar vinden via een klik op onderstaand logo.
Een gemiste kans, zo voelde het, dat ik vorige week vergat dat het die zaterdag Internationale Vrouwendag was en er niets over schreef in mijn wekelijkse column. Ik zou kunnen zeggen dat het mijn brainfog was, ik leef immers in een staat van continue vergetelheid, én die perimenopauze is dan ook nog eens ‘op en top vrouwelijk’ dus dat had meteen mijn insteek kunnen zijn. Dat het wetenschappelijk onderzoek door de eeuwen heen voornamelijk op mannen gericht was en dat wij daardoor amper iets weten over de impact van die menopauze op ons vrouwelijk lijf, terwijl toch de helft van de wereldbevolking ermee te maken krijgt.
Misschien was het mijn aversie voor die opgelegde dagen, daarvan krijg ik al eens het gevoel dat je je ziel kan afkopen: als ik mijn secretaresse op ‘haar dag’ een mooie chrysant geef, dan kan ik haar voor de rest van het jaar gewoon afsnauwen. Je zou kunnen opgooien dat er ook secretarissen zijn en inderdaad, er wordt steeds meer gesproken van ‘de dag van de werknemer’ maar dat neemt niet weg dat vrouwen vooralsnog meer voor iemand werken dan dat ze zich in een leidinggevende positie bevinden. Geraken ze daar toch, dan verdienen ze meestal minder dan hun mannelijke tegenhanger.
En dan heb ik het nog niet gehad over de vrouwen die sinds mensenheugenis nog niet eens hun tenen in welke vorm van vrijheid hebben kunnen dippen. Dus is bewustwording of bewustzijn van de uitdagingen waarmee vrouwen geconfronteerd worden nog steeds zeer actueel.
Zeker nu er sommige wereldleiders er alles aan doen om onze verworven vrijheden weer af te nemen en de tijd terug te draaien. Alle strijders die ooit vochten voor de gelijkwaardigheid van de vrouw draaien zich om in hun graf. Je mag dus vooral niet in slaap vallen of op je lauweren rusten.
Er moet ook op alle domeinen van de mensheid nog het één en ander rechtgezet worden. Wie zich er een beetje in verdiept weet bijvoorbeeld dat o.a. vrouwelijke kunstenaars bijna systematisch verzwegen werden of dat mannelijke kunstenaars hun kunstwerken op hun eigen palmares toevoegden. Ik volg een cursus kunstgeschiedenis en mijn lerares weigert te spreken van ‘The HIStory of Art’ en spreekt over ‘The Story of Art’.
"De uitdagingen waarmee vrouwen geconfronteerd worden zijn nog steeds zeer actueel"
Of het voor mij zo tot de verbeelding sprekend verhaal van Maria Magdalena. In ons collectief geheugen staat ze gebeiteld als een vrouw vol zonden, een prostituée, die van Jezus vergiffenis ontving en zijn trouwste volgelinge werd. De smachtende blik en onderdanige houding van Maria Magdalena is ons allen gekend. Maar een beetje graafwerk leert ons dat zij, als partner van Jezus, een evenwaardige positie had als vrouw en nog hoger stond aangeschreven als de mannelijke apostelen om het christelijk gedachtengoed te mogen uitdragen.
Maar enkele eeuwen later besliste een paus om haar bijna volledig uit de geschiedenis te schrijven en wat er overbleef was een slechte vrouw die door haar onderdanigheid aan de man, toch een plekje in de hemel zou krijgen.
Dat er in 1967 door het Vaticaan is toegegeven dat zij geen prostituée was, mocht niet baten. Het kwaad was al geschied. Het collectieve onderbewuste van alle vrouwen was reeds vervuld geraakt van schuld en schaamte.
De oudste job van de vrouw was nooit die van prostituée, wij waren vroedvrouwen en hielpen mensen sterven. Dat wij zo dicht bij de grote mysteries van het leven stonden en zelf de drager van het leven zijn riep bewondering maar ook angst en afgunst op.
En onder de mantel van bescherming heeft men de vrouw tot baarmoeder van de man hertekend. Van jongs af aan vraag ik me af waar het ergens mis ging. Was het een goedbedoeld gebaar dat helemaal uit de bocht vloog? Of was er echt vrouwenhaat mee gemoeid?
Aan mijn jonge zelf zou ik willen zeggen: je gaat uit die innerlijke kriebels, die je door je aderen voelt stromen als je verhalen hoort over amazones, Ronja de roversdochter en Jeanne’ d’Arc, voor altijd kracht en inspiratie putten.
Het gaat je lukken om die schuld en schaamte van je af te schudden. Je zal leren jezelf niet kleiner te maken en dat je niet altijd lief, braaf en mooi hoeft te zijn. Je zal wel eens zonder schroom hysterisch brullen en luid een duidelijke ‘nee’ neerzetten.
Het onrechtvaardigheidsgvoel voor alle vrouwen die nooit, of nog niet, dezelfde vrijheden hebben zal je aanzetten om strijd te blijven voeren. En als blijkt dat een ‘sisterhood’ één van de waardevolste dingen in je leven wordt zal je dat elke dag vervullen met liefde en dankbaarheid.
Weet ook, dat de meeste mannen het niet slecht voor hebben met vrouwen. Nu is het je vader die je op handen draagt maar je gaat een prachtexemplaar tegenkomen die al je vrouwelijke facetten omarmt en waarmee je drie zonen zal krijgen. Op dat moment wordt de matriarch in jezelf geboren en krijg je de kans om via jouw jongens cirkels te doorbreken en zo zet je weer een stapje verder waar je vrouwelijke voorgangers geëindigd zijn. En zo schrijf je, samen met alle vrouwen voor je, een nieuw hoofdstuk in het verhaal van gelijkheid.
SL
Wie een account heeft op Mastodon kan me daar vinden via een klik op onderstaand logo.
Ten geleide
Lieve lezers,
Jean-Pierre Hoofs herrijst uit de klinische as, sterker en (vooral) beschaafder dan ooit. Na een ziekenhuisverblijf van enkele weken – een gevolg van een niercrisis die hem bijna fataal werd – is onze goede en vooral goedgemanierde, dierbare vriend weer in betere doen. Wij verwelkomen hem graag terug in zijn natuurlijke habitat van fluweelzachte correctheid en fijnbesnaarde maar nimmer pedante morele superioriteit.
In naam van de hele redactie van Au Parleur,
Hans (alias Bro de 1e) en Jeroen (alias Bro de 2e) - of omgekeerd.
De ziekenhuiskamer: oord der verschrikkingen
Vrienden der beschaving,
Het noodlot heeft mij – in de vorm van een genadeloze dubbele niercrisis – tijdelijk van het strijdtoneel gehaald en naar een ziekenhuisbed geslingerd, maar, onkruid vergaat niet. Althans nog niet heden en nu meteen. Ik zal u evenwel niet verhullen dat ik met littekens uit onfrisse ziekenhuislakens ben herrezen. Littekens, jazeker! Niet op mijn lichaam, neen, maar op mijn ziel. Want: het ziekenhuis, dat toch een plek van rust, van zorg, van zachte stemmen en warme bemoediging zou moeten zijn, openbaarde zich aan mij als je reinste nachtmerrie.
Mijn verblijf in dat steriele oord was niet enkel een strijd tegen fysieke malaise, maar vooral tegen de genadeloze wreedheid van de moderne mens die kennelijk alle fatsoensnormen in de prullenmand heeft gekieperd. Daarom wil ik met grote overtuiging stilstaan bij de fundamentele principes van de ziekenhuisetiquette, opdat niemand ooit nog in dezelfde hel zou moeten belanden als uw – nochtans geharde – dienaar.
De ziekenhuiskamer is geen marktkraam
Mijn eerste kamergenoot – een man met de motoriek van een sloopkogel en het volume van een veemarkt – voerde lange gesprekken via de luidspreker van zijn telefoon. “’T GA GOE MÈ MIJN DARMEN!” galmde het door de kamer, alsof het hele zorgpersoneel, de bezoekuren en het collectief welzijn van de planeet moesten wijken voor dit triviale medische bulletin. Zo hoort het dus uitgesproken níet. Als u zich geroepen voelt uw lichamelijke gesteldheid breedvoerig te bespreken, beperk dit dan tot de dokter of – fluisterend! – tot de intieme kring.
Bezoek is geen massabijeenkomst
Natuurlijk is het fijn dat men zich om een zieke bekommert, maar een ziekenhuiskamer is geen huwelijksreceptie. Drie bezoekers is een mooie grens. Vijftien familieleden, inclusief huilende kleuters, wapperende neefjes en een tante die – bij wijze van troost – een thermos brandnetelthee komt schenken, dat is van het goede teveel. Veel teveel.
Wie de decibels al te talrijk produceert, is geen steun maar een schorre dictatuur in een ruimte boordevol broze kwetsbaarheid.
Discretie is alles
Ik deel u mede: in een gedeelde ziekenhuiskamer verliest men alle illusies over privacy. Men ziet, hoort en ruikt dingen die men nooit had willen zien, horen of ruiken. Maar! De illusie moet gekoesterd worden. Dit betekent: geen indringend oogcontact, geen vragen over elkaars behandeling en onder geen beding een discussie over de vraag wie er het ziekst uitziet. Discretie is alles. Meer nog: discretie is de waakhond van de waardigheid!
Als u zich om onduidelijke redenen toch geroepen voelt iets te zeggen tegen uw kamergenoot, beperk u dan tot de neutrale zin: "Zal ik het raam een beetje openzetten?" Dit impliceert beleefdheid, zonder de grens van ongewenste intimiteit te overschrijden.
Voorzichtig met bloemen!
Bloemen zijn een zegen voor de ziel, maar een aanslag op de ademhaling van een patiënt met hooikoorts. Kies bedachtzaam en bescheiden. Een discrete orchidee: goed. Een carnavalesk boeket met wapperende linten en een geur die een half ziekenhuis in een allergische crisis stort: slecht idee. Een tros druiven daarentegen is altijd en immer onschuldig. En nog goed voor de transit ook.
Vertrek als een heer (of desgevallend: dame)
En dan, eindelijk, het verlossende moment. Het ontslag uit het hospitaal! Men verlaat deze plek niet zoals een pelgrim die uit een woestijn komt gestrompeld, maar met stijl. Dit betekent: geen vreugdekreet, geen bloemlezing van al uw grieven aan de verpleging en geen laatdunkende blikken naar de achterblijvers in bed. Niets van dat alles! Een discreet knikje naar uw medepatiënt volstaat. Zoals een oude soldaat die afscheid neemt van een strijdmakker in de loopgraven.
Goede lezer, waarde adept van de hoffelijkheid, ik ben terug in de wereld der gezonden, maar de verbijstering zindert na. Laten wij dus dit beschavingswerk samen verderzetten. Zorg, aandacht en goede manieren maken van een ziekenhuis geen slagveld, maar een oord van verlichting! Ik heb gezegd.
Uw trouwe en stellig aan de betere hand zijnde,
Jean-Pierre Hoofs
OVER JEAN-PIERRE HOOFS
Hij mag dan geen sant in eigen land zijn, Jean-Pierre Hoofs is een man met naam en faam, niet in het minst in het Verenigd Koninkrijk. Hoofs stond decennialang aan het hoofd van de Londense School for Butlers & Hospitality, een instituut met wortels die teruggaan tot de 19de eeuw. Na een rijkgevuld leven aan de overzijde van het Kanaal resideert de man sinds twee jaar weer in het lieflijke Brugge, zijn beminde geboortestad. Daar vult hij zijn dagen als gepensioneerde zinvol in, onder meer als vlot Engelssprekende gids in het Memlingmuseum. Daarnaast verblijdt én verlicht hij de lezers van Au Parleur met zijn wijze raad voor meer courtoisie en goede manieren.
JV
Paula Stulemeijer verblijdt ons met een heerlijk stukje muziek vanuit de Zoete Moederstraat.
Elke ochtend Wandelen Wannes en ik door de polder. Af en toe kom je van ver of heel dichtbij mensen tegen, dikwijls dezelfde mensen. Soms is een handgroet genoeg, soms ook een knik met het hoofd, er komt ook wel es een ochtendgroet aan te pas zoals: goeie morgen. Men antwoordt wanneer men zin heeft of wakker genoeg is. Zelf loop ik ook wel es strak voorbij als ik geen zin heb of nog niet goed wakker ben.
De gezichten komen telkens terug en als ze stil en strak zijn en geen enkele reactie geven, vraag ik me af … en dan komt er wel es een liedje van.
Naar mijn mening moeten we een duidelijk verschil maken tussen onwetendheid en domheid. Onwetendheid kan je bestrijden met bijleren en nadenken, domheid is onherroepelijk.
Iemand die nu nog niet doorheeft dat de wereld wordt geregeerd door een kleine bende ontspoorde narcistische parasieten is een dom persoon.
Wie achter deze psychopaten blijft staan en ze verdedigt, mogen we gerust een stommekloot noemen. Dat is naar mijn mening de mildste omschrijving die je kan bedenken. Tenzij je liever hebt dat we er de correcte termen op plakken: racist, lafaard, dief, sexist, fascist, ...?
Ik zou me daar niet zo mogen in opwinden, maar soms…
Amedé
GDB PMS: Pictures, Music & Story’s stelt voor:
Staalfouten 3
Deel 2
De Vlaamse zenders Play en VTM draaien films kapot door elk jaar de zelfde uit te zenden en klagen dan dat ze niet genoeg reclame-inkomsten krijgen.
De film “Sleepless in Seatle” ontroert me nog steeds op het einde als ze elkaar aankijken Sam en Annie. Haar bijna-man Walter was “alergic to things” en in de onderschriften wordt dit: allergisch voor. Dit is correct in het hele Nederlands taalgebied. Allergisch zijn we voor iets. Ik ben allergisch voor stuifmeel.
Let op met uitdrukkingen met “aan” want veel met “aan” aan komt van het Frans en zijn Belgicismen: ongewenste vormen in het Nederlands die zich vaak uiten in Vlaanderen. Er zijn ook andere fouten. Ik ben bang dat dit ver kan gaan. Ik heb schrik dat dat zo is. Ik ben bevreesd dat dit de uitkomst is. Je kunt schrik hebben en bang zijn; het is niet anders.
Taalgrens van 1962
Na de Tweede Wereldoorlog kon Vlaanderen dat meer inwoners had dan Wallonië, beetje bij beetje meer politieke macht uitoefenen. Wallonië kreeg gedaan dat het meer geld toegewezen kreeg door ook lege oppervlakte te laten meetellen. De vastlegging van de taalgrens resulteerde in het besluit dat Vlaanderen volledig eentalig werd. Er is onder de toenmalige regering Theo Lefèvre beslist geweest om een taalgrens vast te leggen. Dat heeft geleid tot een gebied waar enkel de Vlaamse regering nu zeggenschap over heeft. We zullen zien wat de 108ste regering Bart De Wever ons brengt.
Sinds zowat 1962 kunnen we vrij Nederlands spreken en op onze rechten staan. Onze taal zit echter door Franse taalinvloed vol met Franse verbasteringen die zich als Nederlands voordoen maar het niet zijn. Dat zijn die Belgicismen waarvan al sprake en die moeten er het liefst uit. Ook Nederlanders maken fouten maar we beginnen hier in België. Fouten worden vooral verspreid op tv, radio, elektroscherm, Smart Phone en geschreven media.
Soms zijn er uitdrukkingen bij die in het taalgebruik zitten waar niemand meer over nadenkt of over nagedacht heeft. Bijvoorbeeld een computer opstarten. Je kunt een bedrijf oprichten maar een computer start je. Start de computer maar alvast, dat is even wennen maar het gaat wel. Het geluid dat je hoort als je een computer start komt van de harde schijf en de ventilator, al hoor je bij het starten van een laptop vaak niets meer. Van de vorige fout is het maar een stapje naar het ook foute: een bedrijfje opstarten. Dat zijn twee uitdrukkingen die in hetzelfde bedje ziek zijn.
Meestal wordt de foute uitdrukking vermeld en de goede gegeven maar omdat die foute uitdrukking nogmaals door je hoofd gaat wordt die ook nog eens versterkt in je hersenen en dat willen we niet. Dingen die je herhaaldelijk doet zorgen voor extra verbindingen tussen bepaalde neuronen in je hersenen. Doe je iets veel dan wordt die verbinding of neuronbaan beter en beter. Dat kan pianospelen zijn of met een bal gooien. Maar ook in taal werkt dit zo en dan wel in ons taalcentrum, een bepaalde plaats in de hersenen die zich bezig houdt met taal en communicatie.
Ik vertrek van het idee dat ik enkel een nieuwe goede baan versterk en dus de foute uitdrukking normaal niet meedeel. Een leersysteem waarbij de fout ook nog eens vermeld wordt werkt een beetje als: denk niet aan een walvis. Hier met dat “computer opstarten” zit die fout er zo ingebakken dat ze er waarschijnlijk niet meer uitgaat. Je start je wagen toch ook niet op? Nee, je start de wagen of de motor als je wil. Zo een fout als een “computer opstarten” heeft een naam: het is een contaminatie, een vervuiling van een zuivere uitdrukking.
Hou je van je taal dan mijd je best klakkeloze vertalingen van Franstalige uitdrukkingen en de laatste jaren is ook in zwang: het veelvuldig hanteren van Engelse of Amerikaanse uitdrukkingen in je Nederlandse taal. Het is niet mooi en brengt niets bij. Je hebt dus een bedrijfje opgericht en je start voor het eerst je computer.
Heel de Nederlandstalige wetgeving is gebaseerd op een Franstalige wetgeving nog opgesteld in Frankrijk onder Napoleon en daardoor zijn bepaalde vertaalde uitdrukkingen vermeend Nederlands. Een klacht dien je in, dit komt van het Franse déposer une plainte. Een wet wordt goedgekeurd van voter une loi. “Ik ben blij je te zien” wat komt van “je suis content de te voir”. Vaak wordt hier een “van” gebruikt wat een belgicisme is. Je leert een taal door herhaling. Ik vermeld een fout daarom soms ook nog eens verder in de tekst.
Door veel lessen Nederlands op school en ook betere jeugdprogramma’s en series op tv is het vlotte en juist taalgebruik van onze jongeren in positieve zin toegenomen. Er kwam uit Amerika een kinderprogramma overgewaaid in 1976: Sesamstraat. Dit programma was bedoeld voor kleuters in Amerika die niet naar school gingen, basisbegrippen bij te brengen op een speelse manier. Dat begon met het alfabet en tellen. Dat programma werd hier door de BRT nu VRT samen met het Nederlandse NRT gemaakt. Er zat een deel in waarin men kleuters aan het woord liet. De Nederlandse kinderen konden van alles zeggen maar onze Vlaamse kinderen konden enkel wat woorden stamelen. Ik vond dat schrijnend om aan te zien. Gelukkig staan we nu verder maar er is nu een toename van kleuters die thuis geen Nederlands spreken. Een kleuterbrein groeit nog en hoe jonger je begint met taal hoe beter. Het is dan dat de meeste neuronenbanen in je hersenen gemaakt worden.
Einde deel 2
Einde deel 2
FREN SOOP
GDB
Wetenswaardigheden over batterijen en over laden van autobatterijen en kleine GSM of Smart Phone batterijen:
Deel 1:
Je hebt twee soorten batterijen: die die werken met een vloeistof of accu’s genaamd, van accumulatoren en die die werken met droge stof verder gewoon batterij genaamd. Constructeurs van batterijen zoeken naar een hoge energiedichtheid. Een Lithium-ion batterij bevat 6 x meer energie dan een lood zink batterij. Hoe meer energie per volume of per gewicht materiaal kan gestockeerd worden hoe beter. De energie moet veilig per seconde kunnen verdeeld worden en brandstof moet een redelijke stabiliteit tegen spontaan ontploffen hebben. Benzine scoort 44 MJ of megajoules per kg, Li-ion batterijen halen 0,5 MJ per kg. Dus voor 50 kg benzine heb je 440 kg batterijen nodig. Benzine is 4 x meer energetisch dan waterstof. Diesel is iets meer energetisch dan benzine en wel minder ontplofbaar en lpg of liquefied petroleum gas is iets meer energetisch dan diesel. Benzine heeft een dichtheid van 0,72 kg/dm³ of 0,72 kg/l dus 50 kg benzine is 50/0,72 l benzine of 69,44 l wat zowat een volle tank is voor veel wagens. In de tank met de brandstofmeter op 0 of rood blijft altijd een restant van zowat 3 à 5 liter over alvorens je de tank compleet gaat leeg rijden. Dat geeft een eindtraject van zo een 50 km à 80 km die liefst niet meer gereden worden. Zonder benzine vallen is geen pretje zeker niet als het vriest en overkomt net altijd die zelfde mensen die altijd bewust uitstellen om bij te tanken. De benzinepomp zuigt dan lucht aan en de laatste ml benzine kan niet opgezogen worden.
Bij een elektrische wagen zijn er ook wrijvingskrachten die moeten overwonnen worden en dat lukt niet meer vanaf het moment dat de batterij een bepaald laag voltage heeft bereikt: de batterij geeft er de brui aan.
Op benzine rijden kan dus ongeveer tot bijna de laatste druppel en vermits je al rijdend gewicht verliest is het mogelijk om minder te verbruiken per seconde of in een race sneller te gaan rijden.
Als een batterij halfleeg is geeft ze nog de helft van haar oorspronkelijke spanning af maar blijft haar gewicht bijna hetzelfde. Een nikkelcadmium knoopcel had een bijna horizontaal spanningsverloop en helemaal aan het einde ging de spanning steil naar beneden. Dat was bijna een ideale batterij maar ze was nogal giftig.
Door bij een elektrische wagen de gelijkspanning om te zetten naar wisselspanning kunnen we toch nog een redelijk hoge secundaire wisselspanning krijgen door de omzettingsfrequentie te verhogen. Bovendien zijn inductiemotoren te maken zonder veel wrijvende onderdelen wat met een gelijkstroommotor niet kan. De vraag blijft hoever je de batterij mag ontladen zonder blijvende schade te hebben. Ik heb veel oplaadbare batterijen gehad maar veel gaven de geest alvorens het beloofde aantal malen opladen en ontladen te halen. Als een batterij uitgeput is moet ze vervangen worden. Dit is te wijten aan chemische interne reacties die onomkeerbaar zijn en waar alle batterijen tot nu toe aan lijden. Men garandeert bij n o r m a a l gebruik een EV pakket op 8 jaar. Enkel is het vervangen van het batterijpakket bij een elektrische wagen een peperdure aangelegenheid. Het is mogelijk dat het pakket moet ingebouwd worden in een elektrisch vehicle of EV dat nu zelf de duur van de leeftijd van het nieuwe batterijpakket niet meer haalt. Dat worden dan harde noten om te kraken. Zoals het nu is wordt een EV na 8 jaar afgeschreven.
Wordt vervolgd: WV
Gray Bodès
(Foto: Carl Sagan - NASA/JPL)
VERDIEPING 6
Ingang wachtzaal => ENKEL FAMILIE:
Familielid tegen een ander.
- Oh ’t is erg! Onz’ vader moet dringend g’opereerd worden.
--Hoe erg! Verschrikkelijk! Hartaanval?!
- Nee iets met de kleppen, ‘t hart zelf was nog intact.
--O. W.!
VERDIEPING 3
ENKEL MEDISCH PERSONEEL: INGANG KOFFIEBAR KAMERELF gang 2
Dokter tegen de andere.
- Wat had aan d’hand?
--Oh den 12? Wel ja de valvulae. De cardio wees ’t terstond uit. Er was een systola in ’t systeem da wees op vibraties van d’ hartslagen. ‘k Moest de kleppen regelen maar ‘k ga ze vervangen.
- Goe jong. Koffie?
--Hoe zit da met uwen old timer? Diene Ford?
- Ah de Capri. Wel ja de valve’s. D’ uitlezing wees ’t terstond uit. Er zat een kink in ’t systeem da’ wees op vibraties van de pistonslagen. ‘k Moest de kleppen regelen maar ‘k ga ze vervangen.
--Ah ja, a ja, Koffie. ‘k Was ’t vergeten.
- Zwart of wit?
--Allee jong wete da’ nu nog nie’? Ha ha ha.
- Met melk en suiker dan. Allee hop.
--Nee geen hop, melk en s u i k e r!
- Ha, ha.
--Nog nieuwtjes? Iets speciaals g’hoord?
- Ah ja, ‘k had nog een mopke g’oord.
--Allee vooruit.
- Wat is de naam voor een tent met muziek erin?
--Kweni?
- Nee, ni kwenie, een Atent.
--Een Atent? Wa’? Nee, kepseni.
- Oe geptseni?! In plaats van la, si, do hebd’ook A, B, C.
--A…! Atent, allee zeg, da’ ‘s een goeie da’ wel maar da’ s wel geen zelfstandig naamwoord hè! En moetani Attent zijn? En me’ kleine letter a, attent?
- Wie lettarop?
Felice
GDB CEO PMS 06 03 2025
© Au Parleur - JEROEN VERMEIREN/HANS LENGELER 2023/update 2024
SINT-DENIJSLAAN 31A - 9000 GENT
11, BOULEVARD CLEMENCEAU - 83510 LORGUES - FRANCE
BEELDEN: EIGEN WERK, UNSPLASH & FREEPIX