- Zevenenzeventigste editie - 22 maart 2025 - 2e Jaargang -
'Hey Bro, in Frankrijk roept ene Raphaël Glucksmann, politicus en europarlementariër, op om het vrijheidsbeeld terug te halen naar Frankrijk. Volgens hem staat het niet langer op haar plaats, ginds in de VS’.
‘Ik hoorde ervan, het Witte Huis neemt de grap au sérieux en voelt zich geprovoceerd’.
‘Yep, ze willen integendeel van Frankrijk een onderdanig gebaar van dankbaarheid ontvangen omdat ze tijdens WO II het land hebben helpen bevrijden van het Nazisme’.
‘Waarop Frankrijk een factuur wil sturen voor de hulp die zij ooit hebben geboden tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog. Omgerekend naar de koers van vandaag en met de interesten erbij komt men uit op een bedrag van 1,3 triljoen dollar, te betalen binnen de dertig dagen’.
‘Internationale politiek is een kleuterschool voor rijke mensen, Bro’.
‘Maar neen, dat is humor van de hoogste plank. Ook dat is een vorm van dienstbaarheid’.
Hans Lengeler, Lorgues, Provence
Jeroen Vermeiren, Gent, België
Beste Pieter, u bent reeds heel uw leven een christen democraat. Ik herhaal, een christen democraat. Ik herhaal, een CHRISTEN democraat.
Tijdens uw gloriedagen als federaal minister van defensie durfde u zich al eens totaal bezopen in New Yorkse bars te begeven, vandaag houdt u zich onledig met het pesten van mensen van vreemde origine.
Laat ons wel wezen, uw hart ligt eigenlijk bij een andere partij. Maar carrièregewijs is dat minder interessant, met dat verdomde cordon en zo. Vraag maar aan Theo, die mens worstelt daar ook mee.
Het is dus roeien met de riemen die u hebt.
En u doet dat heel goed.
Het is er koud en ongezellig, in de toch wel groot uitgevallen dorpskerk in een Belgisch dorpje op 6 km van de Duitse grens. Het enige dat mijn aandacht trekt is het alziend oog naast de deur als je binnenkomt. Als ik naar het altaar kijk in deze lege kerk voel ik het oog branden in mijn rug en geen haar op mijn hoofd durft te dicht bij het kruis te komen of een kaarsje in mijn jaszak laten glijden. Het oog doet stilzwijgend maar krachtig zijn werk. Soms ontdek je een parel van een gebedshuis op zo’n afgelegen plek maar deze keer ben ik teleurgesteld. Ik keer snel terug naar het gezellige oude schooltje waar er een Innerdance- training plaatsvindt.
Wie me vijf jaren geleden had verteld dat ik ooit zo zou genieten van een retreat omtrent zelfontwikkeling en -heling had ik waarschijnlijk heel erg uitgelachen. Maar dat niets vastligt in het leven is hiermee nog maar eens bewezen want als meereizende kokkin, als leerlinge of als facilitator, ik doe niets liever dan een paar dagen in het gezelschap vertoeven van mensen die durven te duiken in zichzelf, die nieuwe ervaringen willen opdoen en open staan voor de menselijkheid in al haar kleuren. Het is een verademing in een wereld vol waanzin.
Tijdens deze dagen in de Oostkantons in België laat ik me als Innerdance chef meevoeren op de flow van de groep en terwijl zij hun geest voeden, zorg ik voor het lichaam, en ook voor wat liefde. Want iedereen weet dat de keuken het kloppend hart is waar iedereen komt voor troostend voedsel en soulfood.
"Jules herinneringen in mijn hart en mijn lijf, daar krijg ik nooit genoeg van"
De term Innerdance is verwarrend. De dans speelt zich immers innerlijk af terwijl je op een matje ligt en een soundscape je overspoelt. Het is een multi-zintuigelijke therapeutische praktijk waarbij je zenuwstelsel een reset ondergaat, blokkades en trauma’s eindelijk een uitweg kunnen vinden maar waarbij je evengoed een psychedelische reis kan maken en terugkomt met nieuwe inzichten. Het feit dat de soundscape al eens een stevige beat kan hebben, maakt het voor mij, in mijn jonge jaren een grote technofan, daarom des te aantrekkelijker. Innerdance heeft voor mij dan ook een hoger rock ‘n roll gehalte dan de doorsnee helingssessie.
Als ik na een twee daagse terugreis door sneeuw en regen weer thuiskom ga ik uitwaaien met de hond in het bos. De wind blaast woest, de boomkruinen zwiepen op en neer en Brando houdt zijn hoofd laag en zijn staart tussen de poten. Maar in het midden van al dat onstuimige natuurgeweld word ik overvallen door ontroering. Vandaag wordt Jules 18 jaar en door de wind borrelt zijn geboorteverhaal naar de oppervlakte, alsof mijn lichaam in die windvlagen, de weeën herkent.
Het is de geboorte van mijn tweede kind dus ik neem me voor niet te snel de vroedvrouw te bellen, zo kan zij ook nog wat slapen. Ik kruip door het huis, trek de trapleuning bijna uit haar hengsels en jammer de oren van Bert zijn hoofd. Maar ook niet te luid want boven ligt de oudste zoon te slapen. Wanneer de vroedvrouw arriveert en binnen in mij voelt hoever we staan zegt ze: ‘snel in bad jij, hij komt eraan!’ en dat zijn de magische, verlossende woorden voor elke bevallende vrouw. In bad voel ik de brandende pijn van het hoofdje maar de vroedvrouw vraagt om niet te persen: ‘Hij wilt het helemaal zelf doen’. Ik bijt op mijn tanden en voel dan hoe hij in mijn buik zijn twee beentjes afzet tegen mijn ribben en zijn hoofd en schouders van links naar rechts beweegt. Als een spartelend visje zwemt hij de wijde wereld in en plots kijken wij in twee grote donkere kijkers op de bodem van het bad. Met zijn armpjes en beentjes gespreid kijkt hij ons fel aan en wij kijken verbaast terug. ‘Je mag hem ook vastnemen’ zegt de vroedvrouw met een lachje vooraleer ik hem uit het water vis en hem zijn eerste knuffel geef.
Duizenden knuffels en zoentjes zullen de jaren erop volgen en zo ook vandaag, al is het voor hem nu wat onwennig om zo vertroeteld te worden door een ontroerd klein mamaatje dat op de koop toe ‘lang zal ze leven’ zingt als de taart met kaarsjes op tafel komt. Als volwassene beslist hij meteen dat hij de volgende dag niet naar school gaat gaan ‘dat is zo stom voor twee uurtjes’ en vult hij online zijn aanvragen in voor de universiteiten waar hij volgend jaar graag naartoe zou willen. Dat hij over een paar maanden het nest zal verlaten staat vast. Hij is zo klaar om de wijde wereld te ontdekken, als een vis in het water. Nog steeds. Maar sommige vissoorten keren regelmatig terug naar hun geboorteplek, daar houd ik me als moeder dan weer aan vast. En er zijn ook altijd nog de innerlijke reizen, zoveel heerlijke en prachtige Jules herinneringen in mijn hart en mijn lijf, daar krijg ik nooit genoeg van.
SL
Wie een account heeft op Mastodon kan me daar vinden via een klik op onderstaand logo.
Vrieeend,
De patatjes stonden op het vuur terwijl de groenten langzaam gaarstoofden in de oven. Het was dinsdagavond, zo rond zessen, en ik zat aan mijn oude tweedehandse ronde tafel te nippen van een glas rode wijn. Ik bestudeerde de krassen in het blad en vroeg me af wie de mensen waren die hun sporen hadden achtergelaten in het hout. De levens, de liefdes, de feesten en het verdriet van de vorige eigenaars, van hun familie en hun vrienden …
Ach, laat me eerlijk zijn, in afwachting dat ik kon eten, zat ik zomaar een beetje te suffen. Ik had op de markt een sterk aromatische Jamaicaanse peper gekocht en ik was benieuwd naar het effect in mijn ovenschotel. Over een half uurtje of zo zou ik het weten.
De dagen lengen, de schemer valt in rond zes uur dertig, en ik stond op om het licht aan te knippen. Op dat moment ervoer ik iets raars. De aarde beefde, de vloer en de muren trilden, de wijn in mijn glas rimpelde. Ik voelde een aardgolf vanuit het zuiden, diep onder mijn voeten, naar het noorden trekken.
Ik nam de aardappelen van het vuur en zocht op het internet naar informatie. Het was nog niet zo heel lang geleden dat er een lichte aardbeving met epicentrum in de buurt van Nice had plaatsgevonden en het leek me alweer uit die richting te komen. Ik vond niet meteen enig nieuws van waarde, geen red alerts, geen beelden van ingestorte gebouwen en ik liet het los.
Die avond belde mijn broer en vertelde dat hij samen met Wiet en Mathilde naar een concert van Avishai Cohen was geweest. Dat het on-ge-lo-fe-lijk goed was geweest. Dat ze van hun sokken waren geblazen door een drumster van nauwelijks drieëntwintig en een lichtelijk geniale pianist van slechts éénentwintig jaren oud. Begin augustus concerteert Cohen in het zuidelijke Vitrolles, daar moet ik zeker bij zijn. Een concerttip van mijn broer sla ik nooit zomaar in de wind.
Ik was de aardbeving al lang vergeten en zat met mijn hoofd vol jazz toen ik onder mijn dons kroop en mijn ogen sloot. Ik droomde dat ik een geheim agent was die de wereld moest redden vanuit een bakstenen garage vol plastieken gadgets. Ik slaagde in mijn opzet, geen dank, graag gedaan.
"Ik maakte kennis met het nieuw lief van mijn buurvrouw van het eerste"
Het was pas de volgende ochtend dat ik bij een tas koffie door de kranten scrollend een artikel vond over “Le tremblement de terre dans la région PACA (Provence-Alpes Maritimes-Côte d’Azur)”. Het epicentrum lag inderdaad opnieuw in de buurt van Nice, de intensiteit was deze keer 4,1 op de schaal van Richter, er was in de Middellandse zee de laatste tijd nogal wat seismische activiteit en men toonde bij het artikel een filmpje van een paar weken oud waarop bange bewoners uit Santorini hun beklag deden over een falend beleid. Verder weinig details want er waren geen slachtoffers en er was niet echt schade. “En we gaan nu verder met een verslag over het proces van de hypnotiseur die terecht staat wegens grensoverschrijdend gedrag”, las ik en ik knipte de website dicht.
Het voordeel van de lokale Provençaalse kranten is dat je al heel diep moet graven vooraleer je de koppen van Trump, Musk, Poetin of Netanyahu tegenkomt. De journalisten van de lokale Provençaalse kranten nemen hun opdracht dan ook ernstig en berichten in hoofdzaak over lokale Provençaalse gebeurtenissen. Dat er een debat over de ophaling van het vuilnis heeft plaats gevonden in de gemeenteraad van Brignoles bijvoorbeeld, dat er zonnepanelen werden gelegd op het dak van de lagere school van Le Val, dat de brandweer van Sainte-Maxime een kat heeft gered uit een hoge boom waar zij in haar overmoed was ingeklommen en niet meer naar beneden durfde.
Soms heeft een mens nood aan dat soort nieuws: een aardbeving waarover je bij de bakker kan praten, maar die gelukkig helemaal niet zo erg bleek te zijn; het bericht dat men de vuilniscontainers in Brignoles in de toekomst iets vaker komt legen; de heugelijke tijding dat het schooltje in Le Val een groot deel van haar elektriciteit uit zelf gewonnen groene stroom haalt; de geruststelling dat die poezemin uit Sainte-Maxime opnieuw veilig op de schoot van haar bazinnetje ligt te snorren. Je zou haast vergeten dat een bende klootzakken de wereld aan het verkloten is en dat men geld dat bestemd was voor de pensioenen gaat gebruiken om wapens te kopen.
Voor ik het vergeet, nog een weetje, heet uit de pan. Ik maakte kennis met het nieuw lief van mijn buurvrouw van het eerste. Maar aangezien we niet aan body shaming doen, zal ik over die mens verder niets zeggen. Mijn buurvrouw van het eerste zag er gelukkig uit, dat is het enige wat telt. Trouwens, zij wist via haar Telegram-account al lang dat al het leed in de wereld, aardbevingen, stormen en onweer de schuld van Biden zijn.
Op radio FIP komt TC-Matic erdoor en ik brul uit volle borst mee.
Putain, putain!
HL
Wie een account heeft op Mastodon kan me daar vinden via een klik op onderstaand logo.
Ik moet u iets bekennen. Ik moet u iets vertellen dat ik haast niet te vertellen durf. Het leven heeft mij nu eenmaal al te dikwijls op het verkeerde been gezet. Op den duur zijt ge uw geloof kwijt, hebt ge al uw vertrouwen vergokt aan verkeerde keuzes en foute inschattingen. En dus weet ge niet meer wat recht is, en wat krom. Ge kent het verschil niet meer tussen lieflijk gespin en bars gebrom. Ge zijt blind geworden, en stokdoof op de koop toe. Ge hoort duizend dingen die ge niet ziet. Ge ziet schimmen die ge niet hoort. Het maakt u schichtig. Gij voelt u alsof gij van langsom meer alleen maar een schampschot zijt. Hoe kunt ge dan nog dromen?
Ja, ik moet u iets bekennen. Ik kan niet anders dan fluisterend bij u te biechten komen in de broze hoop dat gij mij uw zegen zult geven, en uw vergeving, mogelijk tegen beter weten in. Ge hebt mij immers al zo vaak zien struikelen, zien wegglijden in de zoveelste natte bocht. Ge hebt mij en mijn gezichten en gewrichten al talloze keren horen schuren over het rasperige asfalt van de liefde. Mij vervolgens zien eindigen in een berm vol brandnetels en distels. En dan waag ik het te bedelen om uw zegen? Het gore lef! Wie denk ik dan wel te zijn?
Ik heb geen verweer, geen zinnig argument om mijn zaak te bepleiten. Er is geen enkele verschoning voor de waanzin die – eens te meer – bezit van mij heeft genomen. Als ben ik oorlogsgebied. Een slagveld dat om de hoek al klaarligt. Hectaren en hectaren aan kapotte liefde. Aan verloren geloof.
“Er is weer liefde in mijn leven"
En toch.
Ik kan het niet zwijgen. Ik wil jodelen, dansen, stuiteren, buitelen, schateren, duikelen, fluiten, zingen, spinnen, hinkstapspringen, pootjebaden, pluisjes blazen. Ik kan het met de beste wil niet stilhouden.
Ik moet, ik zal het u bekennen: er is weer liefde in mijn leven. Zonnegeel. Bruisend als een bries. Grommend in buik en blik. Immer gretig naar de versnelling hoger. Zo gesmeerd loopt het, dat de vonk gedurig in de pan slaat, en de vlam in de pijp. Liefde, heet en gereed. En hoe pril ze ook mag zijn: ze loopt op wieltjes, neen, ze dendert! Zelfs Route 66 gaat ervan blozen.
Nog even, heel even, en dan zal ik haar flanken verkennen, haar briesend bestijgen, wat zeg ik: haar berijden als een god! Haar en haar bijna twaalf paarden. En ik zal ‘ju’ roepen. ‘JU, nondeju!’. Ja. Dat zal ik roepen.
JV
Wie een account heeft op Mastodon kan me daar vinden via een klik op onderstaand logo.
De Palestijn was gevraagd om getuige te zijn op het trouwfeest van een vriendin en had me meegevraagd. Het zou mijn eerste islamitische trouwfeest worden. Gelukkig had ik mijn date op voorhand gevraagd of er kledijvoorschiften waren.
“Geen blote benen,” zei hij. “En een decolleté zou ik ook niet doen. Geen sexy kleren, daar komt het eigenlijk op neer.”
“Niks sexy? Op een trouwfeest??” riep ik, lichtjes gechoqueerd. Ik had immers vooral ervaring met Spaanse trouwfeesten, waarvoor je je dient op te smukken alsof je gevraagd bent voor een fotoshoot van Vogue. Maar al een geluk dat ik het gevraagd had, want ik stond dus op het punt me in een strakke mini-jurk te hijsen. Inderdaad, hoe wereldvreemd kan een mens zijn dat ze bij een islamitische huwelijksceremonie denkt dat het een goed idee is de zaal binnen te wandelen als één van The Bangles, maar hé, ik ben een ENFP. Rainbows and unicorns, weet je wel.
Ik ging dan maar op jacht in de Corte Inglés en vond een prachtige oudroze trui. Zonder decolleté - stijlvol en niet aanstootgevend. Terwijl ik in het pashokje stond, hoorde ik hoe Het Universum me een beetje stond uit te lachen: Weet je nog hoe je hier twee weken geleden tijdens de solden stond en dat elke trui die je over je hoofd trok je eruit deed zien als een gepofte aardappel en dat je zwoer dat je nóóit meer in je héle leven een trui zou dragen? Weet je dat nog?
Ja, dat weet ik nog.
Dat was wel een beetje een dramaqueen-momentje he?
Oh, shut up.
Enfin, een stijlvolle oudroze trui dus, en daaronder de enige stijlvolle zwarte broek die ik bezit. Bij aankomst in het zaaltje in het islamitisch centrum bleek dat de bruid oudroze als hoofdkleur voor de versiering én voor haar prachtige kanten jurk gekozen had. Zodra ik dat zag, voelde ik me de koningin te rijk. Uiteraard is er, zelfs op een islamitische trouw, geen prijs voor de gast met de meest toepasselijke outfit, maar geen enkel mini-jurkje had me gelukkiger kunnen maken. Ik kende geen kat, stond de helft van de tijd maar wat te draaien en te glimlachen en posters te bestuderen met uitleg over wat Jezus betekent in de Koran, maar ik paste perfect in het plaatje. In tegenstelling tot bijvoorbeeld die jongedame uit Letland wiens blote kuiten vanonder haar knierok uitschreeuwden hoe cultureel onvoorbereid ze was.
“Hier, neem mijn vest,” zei hij
De trouw zelf was het meest compacte huwelijksfeest waarop ik ooit aanwezig was geweest: amper twee uur later was alles al achter de rug. Totaal niet representatief voor een islamitisch feest, volgens mijn moslim metgezel. De bruid en bruidegom hadden op een verhoogje plaatsgenomen achter een tafel, met naast hen de imam en een tolk. De genodigden waren met hooguit vijftig en volgden de ceremonie vanop rijen stoelen. El marido es el vestuario de su mujer, vertaalde de tolk, y la mujer es el vestuario de su marido. Ik wilde mijn Palestijnse vriend om uitleg vragen, hoe dat precies in zijn werk ging in een huwelijk waarin man en vrouw elkaars kleren zijn – of bedoelden ze elkaars kleerkast? - maar de mooie man met wie ik gekomen was, zat helemaal vooraan op zijn ereplaats als getuige.
Na het uitwisselen van de ringen werden er tafels in het midden van het zaaltje gezet. Daarop kwamen borden met zelfgemaakte hapjes, zoete thee en drie overheerlijke taarten die de bruid zelf gebakken had. Alle gasten namen plaats en ik kwam tegenover een jonge Irakees te zitten. Hij was opgegroeid in Spanje en had zijn laatste jaar middelbaar in Irak gedaan.
“Was dat een groot verschil, de middelbare school in Irak tegenover die in Spanje?” vroeg ik. Ja, dat was kennelijk toch nogal een cultuurshock geweest. Vooral het feit dat je in Spanje niet om de haverklap onder de schoolbanken moest duiken vanwege een bomalarm en dan wachten tot een stel militairen de klas kwam ontruimen. Beetje anders, toch wel.
Als een echte gentleman wandelde de Palestijn die avond met me mee tot aan mijn straat. In het donkere Rafelbunyol voelde de vochtige lucht die van over zee kwam aanwaaien koud aan en ik rilde.
“Hier, neem mijn vest,” zei hij, en legde zijn groene jasje over mijn schouders. Op de hoek van mijn straat namen we afscheid.
Even later stond ik alleen in mijn slaapkamer. In de spiegel zag ik mezelf staan in een stijlvolle zwarte broek, een oudroze trui en een groene vest.
Plots bedacht ik me dat ik vergeten was de Palestijn te vragen wat ze bedoelden met dat zinnetje. Over dat man en vrouw elkaars vestuario zijn.
Toen ik mezelf in het licht van die vraag in de spiegel zag, het groene jasje over de roze trui, lag het antwoord voor het oprapen.
KV
Wie een account heeft op Mastodon kan me daar vinden via een klik op onderstaand logo.
Jean-Pierre Hoofs over de jonge Trump:
“Een etiquettecatastrofe in een gouden wieg”
Ach, laat mij u meenemen naar een tijd waarin ik, Jean-Pierre Hoofs, nog een man van hoop was. Een man die geloofde dat zelfs de meest ruwe steen kon worden gepolijst tot een juweel van wellevendheid. Die hoop werd brutaal vermorzeld in het jaar des Heeren 1957, toen ik – nauwelijks bekomen van een lezing over zilveren vorkindeling in Oxfordshire – een uitnodiging ontving van Fred Trump. Jawel, Fred Trump, vastgoedmagnaat en vader van wat de geschiedenisboeken inmiddels klasseren als een... bijzonder fenomeen.
Fred wenste voor zijn jongste zoon, de kleine Donald, een opvoeding met Britse klasse. Een butler met ervaring. Een gids in het leven. Wat hij kreeg, was ik: Jean-Pierre Hoofs, etiquette-meester, purist, redder van verloren zielen. Wat ik kreeg… was Donald.
De eerste ontmoeting
Ik herinner mij nog levendig onze eerste ontmoeting. Donald – destijds zes jaar oud – had reeds een voorkeur voor goudkleurige slabbetjes en eiste dat zijn cornflakes werden opgediend in een kristallen schaal, bij voorkeur door “mensen die weten wie ik ben”. Toen ik hem beleefd wees op het belang van nederigheid en het correct hanteren van een dessertlepel, greep hij de lepel en riep: “Ik ben de beste lepeler ooit. Niemand lepelt beter dan ik.” Toen wist ik: dit kind is een aberratie in maatpak in wording.
Les 1: De kneep van de handdruk
Een man, zo zeg ik altijd, wordt herkend aan zijn handdruk: ferm, doch beschaafd. Donald echter, had de gewoonte om handen niet te schudden, maar ze vast te grijpen als een hongerige das een duif. Tijdens mijn lessen oefenden we met handpoppen, doch menige pop verloor ledenmaten. “Ik win, toch?” zei hij dan, met de triomf van een hond die zijn eigen staart heeft gevangen.
Les 2: Tafelmanieren
Ik poogde hem te leren dat men niet spreekt met volle mond, dat ketchup geen saus is voor kreeft en dat een servet niet bedoeld is om het kapsel te fatsoeneren. Zijn antwoord? “Ik heb geweldige tafelmanieren, de beste. Mensen zijn jaloers op hoe ik eet.”
Hij likte borden af. Hij knabbelde op messen. Hij probeerde een steak tartaar te ruilen voor een cheeseburger. Ik weende stilletjes in mijn monogramzakdoek.
De les van nederigheid
Op een dag probeerde ik Donald het begrip nederigheid bij te brengen via het lezen van Marcus Aurelius. Hij bladerde door de bladzijden, fronste, en zei: “Deze kerel weet niks van zaken. Heeft hij torens gebouwd?” Ik vroeg nog diezelfde dag mijn ontslag. Sommige zielen zijn niet te redden. Sommige etikettelessen vallen op dorre bodem. En sommige kinderen – ik zeg dit met pijn – zijn als pudding zonder vorm. Ik verliet het Trump-huishouden met trillende theekopjes en een hart vol melancholie.
Niettemin zeg ik u: ware beleefdheid is een bastion. En ik, Jean-Pierre Hoofs, heb standgehouden. Wat Donald Trump heeft opgebouwd met torens van beton, bouwde ik met woorden van hoffelijkheid en daden van beschaving. Ik troost mij met de gedachte dat ik, ondanks alles, nooit een ketchupfles heb aangeraakt op een banket. En dat is op zich al een overwinning.
Volgende week: die keer dat ik etiquetteadvies gaf aan een hertogin die haring at met haar handen. Ook zij werd minister.
Met oprechte wellevendheid,
Jean-Pierre Hoofs
Etiquettist, overlever, martelaar der manieren
OVER JEAN-PIERRE HOOFS
Hij mag dan geen sant in eigen land zijn, Jean-Pierre Hoofs is een man met naam en faam, niet in het minst in het Verenigd Koninkrijk. Hoofs stond decennialang aan het hoofd van de Londense School for Butlers & Hospitality, een instituut met wortels die teruggaan tot de 19de eeuw. Na een rijkgevuld leven aan de overzijde van het Kanaal resideert de man sinds twee jaar weer in het lieflijke Brugge, zijn beminde geboortestad. Daar vult hij zijn dagen als gepensioneerde zinvol in, onder meer als vlot Engelssprekende gids in het Memlingmuseum. Daarnaast verblijdt én verlicht hij de lezers van Au Parleur met zijn wijze raad voor meer courtoisie en goede manieren.
JV
Naar mijn mening kunnen we lessen trekken uit het verleden. Zo is er bijvoorbeeld het verhaal over één of andere Griekse oorlog waarbij Athene werd belegerd. Misschien was het ten tijde van de Peloponnesische oorlogen, misschien was het ten tijde van de Perzische oorlogen, misschien was het tijdens de Macedonische oorlogen. In elk geval stelde Athene militair gezien op dat moment niet zo heel veel meer voor en waren de bewoners meer bezig met schone kunsten en filosofie dan met krijgskunst. Toen de stad werd belegerd beantwoordden de Atheners de agressie dan ook niet met de blanke wapens maar met vlugschriften vol verwijten, met leuk gevonden cartoons en spitsvondige gedichten. Zij gooiden deze naar de vijand om hen belachelijk te maken.
Athene werd totaal onder de voet gelopen.
Naar mijn mening zijn de mensen die vandaag aanklachten, leuk gevonden cartoons en spitsvondige memes op sociale media posten, de Atheners van de éénentwintigste eeuw. Het is vechten met woorden en beelden tegen gewapende klootzakken die uit zijn op oorlog. Maar ergens kan het wellicht effect hebben.
Misschien moeten we de vijand verslaan met zijn eigen wapens en een tandje bijsteken. “When they go low, we go lower”.
Waar blijven de westerse trollenfabrieken?
Amedé
Lamp 18 W
Lamp bezorgd, met de post tegen andere lamp.
- Hoe stroomt het bij jou?
--Dat licht gevoelig
- Allicht. Vertel toch maar Watt
--Sinds die ontsteking voel ik mij als een verlichte geest
- Ouaah…
--Watt was dat?
- De geeuw van verlichting
Xinix
-Is het nu aan of uit?
--Ziede dat niet? Zij heeft het uit gemaakt.
-Da brandde wel zeker?
--Ja toch een tijdje. Misschien geraakt ’t weer aan.
-Da zullen we zien.
Felice
GDB CEO PMS 06 03 2025
Goede morgen lezer, goede middag of wat mag ik zeggen? Soms zegt men op de radio na 12 u in de nacht of na 24u00 al goede morgen maar dat vind ik totaal fout en veel te optimistisch. De nacht duurt 8 à 10 uur voor sommigen. Als ik goede morgen hoor in het nieuws om 2 uur heb ik al geen zin meer om te gaan slapen. Zo is 23 uur redelijk laat op de avond bij ons. Het is het uur waarop een vuurwerk vaak begint. Vuurwerk met muziek is niet zo fijn. Ik wil de knallen horen, niets anders. Het kan nog beter want om 12 uur komen de spoken. De nachtrust kan voor de meesten vroeger beginnen maar de nacht begint ten vroegste om 24u00 wat ook 0u00 is en duurt tot 6 of tot 7 uur. Om 7 u begint de morgen. De morgen eindigt rond 12u ’s middags. In Spanje zeggen ze vanaf dan “buenas tardes” met u als oe en e van pet (boe-è-nas tárdes), goede middag. Maar om 7 uur in de avond zeggen ze daar nog “goede middag”. Ik vind dat als avondmens wel fijn. Daarom ben ik zo graag in Spanje. Ik ken mensen die om 9 uur ’s avonds al in bed kruipen, dan is die tardes volgens de Spanjaarden nog bezig met een laat avondmaal: la cena om 22 uur. Je krijgt wat Spaanse informatie omdat ik nu eenmaal graag over taal spreek en we zo een reis maken. Spaans is een wereldtaal en is in de USA bezig zich uit te breiden. Het woord cena spreek je uit als thena met de c als th van het Engelse thinking. Men noemt dat de “slis”. Ik vind “el swish” maar ben er niet zeker van. Een c voor een e en i wordt dus als th uitgesproken. Maar dat geldt niet in Zuid Amerika waar die slis niet bestaat. Ook in Cordoba en Andaluzië bestaat die niet. Dus je kunt cena ook uitspreken als sena. Men zal je in Spanje wel begrijpen.
De vroeg-in-bed-kruipers missen het leukste deel van de dag volgens mij: de late avond en de magische nacht als het wat stil wordt en enkel jij op bent wat bezig met iets. Ik ben dan bij voorbeeld dit aan het herschrijven met wat Spaanse muziek op: las mejores canciónes en España, bijvoorbeeld Jeanette: porque te vas? De beste Spaanse liedjes, voorbeeld: waarom ga je weg? Door reclame op bepaalde zenders wordt het einde van een film verlaat, waardoor je slaap in het gedrang komt. Met de nachtschuit komen: iets vertellen wat iedereen al weet. De nacht brengt raad. Je mag op je twee oren slapen: je mag gerust zijn. Met de nachtschuit vertrekken: er stilletjes vandoor gaan. Ik hoorde onlangs iets anders maar zo vertrekken van een feestje is op zijn Frans vertrekken. Ik vertrek graag op zijn Frans dan verlies je geen tijd.
Maar goed wat hebben we dan nà 12 u in de middag bijvoorbeeld om 12u01? In het Frans is dat dan de après-midi qui commence. Maar dat is Frans. Bij ons heeft men dat dan weer nogal letterlijk vertaald en is dat blijven hangen als een Belgicisme. De middag weten we nu duurt echter langer en begint dus om 12 uur. Hij loopt door tot zowat 18 uur. Dan begint de avond. Wij zeggen hier gemakkelijker goede avond als het donker begint te worden. Dus om 16 uur zeg je nog steeds: ‘goede middag’. Sommigen weten dat want ik hoorde op 10 maart een oudere man goede middag zeggen aan een ontvangstbalie in een ziekenhuis om 15u30.
Aan de ontvangst of ontvangstbalie kun je alles vragen. Soms wordt je daar onthaald op een drankje en een versnapering. In België zeg maar Vlaanderen wordt “onthaal” vaak gebruikt voor “ontvangst”.
Soms is er aan de ontvangst een vestiaire. Daar kun je je jas afgeven. Je hebt korte jassen en lange jassen. Soms spreken we van een overjas dat is een lange jas die beschermt tegen regen of koude. Alles wat dikker van stof en zonder mouwen is is een vest, vergelijk maar met zwemvest. De jas is la veste of le veston in het Frans en een vest is un gilet. Onder je jas kun je een vest dragen.
Al het vorige gebeurt dagelijks. In het dagelijks leven brengen we mogelijk veel tijd door in het verkeer. Er is niets zo dagelijks als het dagelijks leven. Het is dus al dagelijks genoeg. In het woordenboek staat geen ander woord dan dagelijks, brei er dan ook geen stuk aan om het dagelijkse ogenschijnlijk nog meer dagelijks te maken want dan krijg je een pleonasme waarover later meer.
“Mogelijk” heeft maar één mogelijke correcte vorm en dat is “mogelijk”. “Mogelijk” kan je indien gewenst vervangen door wellicht of misschien en verder ook naargelang de zin door allicht, vanzelfsprekend, natuurlijk, (bijna) zeker, ongetwijfeld. In het dagelijks leven brengen we wellicht veel tijd door in het verkeer.
Soms duurt iets drie “kwartier” lang. We zeggen de middag duurt wel 6 “uur” lang, of de crisis duurde 2 “jaar” lang. Maar we zeggen wel 6 of 10 seconden lang, 10 minuten lang, 10 weken lang, 10 maanden lang, 10 jaren lang, 10 eeuwen lang met allemaal meervoudsvormen.
Einde deel 3
FREN SOOP
GDB
Wetenswaardigheden over batterijen en over laden van autobatterijen en kleine GSM of Smart Phone batterijen:
22 03 2025
Deel 2:
Een accu of batterij moet opgeladen worden. Een oude lader bestond uit een grote zware transformator of trafo die op 230 V wisselspanning werkte met een gelijkrichting om gelijkspanning van 12 V te maken met zekering en twee aansluitklemmen. Die kon wel 5 ampère leveren. Dit noemt men ook een aansluitbare voeding. Is de accu bijna vol geladen dan wordt bij een modern toestel de druppelmodus ingeschakeld. De accu gaat nog maar een klein stroompje leveren aan de accu en de lader schakelt zichzelf uit na een tijd. Zo kun je nooit een accu overladen. Heb je die veiligheid niet ingebouwd in je lader dan kun je het aantal laaduren berekenen. De capaciteit van een accu of een batterij wordt uitgedrukt in Ah of ampère uur, dit kan ook in mAh zijn voor kleine batterijen: milliampère uur. Sommige autobatterijen vermelden tegenwoordig zie ik bij voorbeeld 40.000 mAh maar dit is belachelijk daar je de omtrek van je tuin ook niet in cm uitdrukt. Zo een getal dient enkel voor commerciële redenen.
Een batterij met een capaciteit van 1Ah kan gedurende 1 uur een stroom leveren van 1 ampère. Kan ook: een stroom van 2 A in een half uur want 2 x 0.5 = 1. De maximum stroom die een batterij levert is afhankelijk van zijn inwendige weerstand. Die is zeer laag bij een nieuwe batterij maar stijgt met de leeftijd. Na zoveel uur laden moet je de lader afkoppelen om je batterij niet te overladen. Je kunt ook een batterij beschrijven naar haar v e r m o g e n dat ze in normale omstandigheden kan leveren. Dit wordt nu wel gedaan bij elektrische wagens. Een startmotor van een klassieke auto heeft veel energie nodig om de motor te starten en gebruikt gemakkelijk 150 à 200 ampères. Die stroom gaat door de inwendige weerstand van de accu en warmt de accu op. Een normale autobatterij kan die stroom van 200 A leveren gedurende enkele seconden zonder te warm te worden. De maximum stroom die een accu of batterij kan leveren staat normaal vermeld op een etiket dat op de batterij geplakt is. Daarop vind je ook de capaciteit van de accu in Ah. Gebruikelijke waarden voor de maximum stroom is 250 A tot 350 A en voor de capaciteit 45 à 60 Ah voor een gewone benzinewagen. Gebruik je een vervangbatterij dan let je op het juiste type voor je wagen. Dit vindt je in tabellen in een verkooppunt. Het is mogelijk dat door verbeteringen in techniek in plaats van een 45 Ah nu een 50 Ah type de vervanger wordt. Een speling van 10% kan geen kwaad en is hier mooi meegenomen als je niet enkel korte ritten maakt.
De 12 V pluspool meestal rood gemerkt moet altijd verbonden worden met de pluspool van de auto en de minpool blauw gemerkt met de min, meestal het chassis van de wagen. Het vermogen P of power in watt van een batterij is de normale stroom I in A maal het voltage U in V. Voor een 60 Ah autobatterij is het normale beschikbare vermogen per uur 60 A x 12 V = 720 W. Dit vermogen wordt in stand gehouden door na starten de accu bij te laden met de generator. Tijdens het rijden levert de generator de benodigde energie. Vermits de accu ook 150 à 200 A moet kunnen leveren voor de startmotor wordt zijn maximumvermogen: 150 A x 12 V = 1.800 W à 200 x 12 V = 2.400 W. Met 1.800 W verbruik houdt de accu het 720 / 1.800 x 60 minuten of 0,4 x 60 minuten = 24 minuten uit. Door wrijvingskrachten en weerstandskrachten die de startmotor ondervindt zal de autobatterij vanaf een bepaald voltage die niet meer kunnen laten draaien en haalt de autobatterij die 24 minuten niet. Na 12 minuten gebruik van een belaste startmotor zou het al kunnen gedaan zijn met de accu.
Een auto heeft voor normaal gebruik een motor voor de ruitenwissers, een motor voor de aanjager van de verwarming/verluchting, dashboardverlichting, verklikkerlampjes, een startmotorrelais, een elektronische ontsteking, lampen voor de verlichting en boordcomputer nodig. Een dimlicht is al snel 25 W en een groot licht 55 W. Een standlichtje is ongeveer 5 W, een remlicht 21 W.
Hoe lang kan ik mijn standlichtjes laten branden in het donker?
De vier lampjes en nummerbordverlichting verbruiken samen zo een 25 W. Na 10 uur branden hebben ze zo 10 h x 25 W verbruikt dat is 250 Wh. De accu heeft dan nog 720 W - 250 W = 470 W over. Er is dus 250/720 x 100% verbruikt dat is 35 % van 720 W er schiet nog (100 - 35)% x 12 V over = 0,65 x 12 V = 7,80 Volt over van de batterijspanning. Starten zal wel niet meer lukken. Laat je ze 8 uur branden dan verbruik je 8 x 25 = 200 Wh. Je hebt nog (720 - 200)Wh over = 520 Wh. De spanning zal 520/720 x 12 V zijn of 8,67 V. Starten lukt waarschijnlijk ook niet meer.
Wordt vervolgd:
Gray Bodès
(Foto: Carl Sagan - NASA/JPL)
© Au Parleur - JEROEN VERMEIREN/HANS LENGELER 2023/update 2024
SINT-DENIJSLAAN 31A - 9000 GENT
11, BOULEVARD CLEMENCEAU - 83510 LORGUES - FRANCE
BEELDEN: EIGEN WERK, UNSPLASH & FREEPIX