Au Parleur

- De Ongeschifte Gazet -

Au Parleur streeft naar onbetrouwbaarheid van de gegeven informatie, waarvoor ze echter niet aansprakelijk kan worden gesteld.

- Zestiende editie - 30 december 2023 -



EDITORIAAL
2024

‘En Bro, heb jij moeten wenen?’
‘Waarom? Waarmee?’
‘Met onze nieuwjaarswensen tiens. Zo schoon’.
‘Oei, neen. Ik heb ze nog niet gelezen. Wacht even’.
……..

‘Mijn god, zo pakkend. Ja, ik heb moeten wenen’.
‘Ik ook’.



Jeroen Vermeiren, Gent
Hans Lengeler, Lorgues

Freddy Breck
Freddy Breck

Aan al onze lezers (en ook aan onze niet-lezers)

Ook al weten we dat het toch weer dezelfde kloterij van altijd is, we doen mee met het wensen en kussen en handjes schudden.

De redactie van Au Parleur wenst jullie dan ook van harte een zalig en gelukkig 2024. Welvaart, een goede gezondheid, veel liefde en geluk, creativiteit en moge al uw projecten leiden tot een waanzinnig succes.

Hoe kunnen we het jaar beter inzetten dan met een lach en een traan?
Met een muziekje dat hoop in onze harten brengt natuurlijk.

ONZE ALLEBESTE WENSEN

DE WERELD

Jeroen
Jeroen

Deadlineglorie

Laat mij u vertellen over de nobele kunst der procrastinatie. Dat is een heel moeilijk woord voor ‘uitstelgedrag’. En er is eigenlijk niets nobels aan. Zo. Drie zinnen ver en al meteen een anticlimax. Het kan niet alle dagen kerstmis zijn.

Ik lijd al heel mijn leven aan procrastinatie. Je zou denken dat het een vorm van luiheid is, maar het omgekeerde is waar. De mensen waarvan ik weet dat ze zichzelf net zoals ik verliezen in uitstelgedrag zijn stuk voor stuk hardwerkende lieden, die eerder te veel dan te weinig hooi op hun vork nemen. Die neiging om de zaken voor je uit te schuiven, heeft dus niets te maken met een gebrek aan ijver of werklust, maar alles met – houd je vast aan de takken van de bomen – faalangst. Ja zeker, de verlammende schrik om te mislukken, teleur te stellen, niet goed genoeg te zijn. Je bent doordrongen van de gedachte dat je ’t niet kan. Vaak gaat uitstelgedrag samen met het zogenaamde Imposter Syndroom. Weer zo’n moeilijk begrip, al is het snel uitgelegd. Iemand met het Imposter Syndroom heeft een bedriegerscomplex. Dat wil zeggen dat hij of zij vastgeklonken zit aan de hardnekkige gedachte dat hij of zij anderen misleidt inzake de eigen deskundigheid. Anders gezegd: iemand die gekweld wordt door dat syndroom is ervan overtuigd dat hij/zij niet over de juiste kwaliteiten bezit om een bepaalde opdracht tot een goed einde te brengen, terwijl hij of zij wel degelijk competent is. Ze hadden het net zo goed het Syndroom van Hieronymus kunnen noemen. Dat is Grieks voor Jeroen.

U mag één keer raden wie vatbaar is voor dat bedriegerscomplex… Juist, mensen die doodsbang zijn dat ze niet goed genoeg zijn. Waardoor ze dus gaan uitstellen. Want: zolang ze uitstellen, zo maken zij zichzelf wijs, zolang kunnen zij niet door de mand vallen. De goegemeente is immers nog steeds in blijde verwachting van een proeve van hun kunnen.

Let wel, het mogen dan stresserende ‘aandoeningen’ zijn, het is niet al kommer en kwel. Ik heb namelijk ook nog een andere chronische ziekte. Daar bestaat geen naam voor, bij mijn weten, dus vind ik hem zelf maar uit: deadlineglorie. Klinkt zelfs lekker, eigenlijk. Een beetje als een woord dat is weggelopen uit een pornofilmpje op het internet. Quod non. Deadlineglorie gaat voor mij hand in hand met procrastinatie. Door de dingen uit te stellen vanuit de gedachte dat ik ‘ze niet kan’, moet ik uiteindelijk altijd weer uit mijn pijp komen op het scherp van de snee. Ah ja, want ineens staat er een joekel van een deadline voor de deur. Afgaan is geen optie. Boven mezelf uitstijgen wél. En dus ontstaat er een systeem, waarbij ik eerst uitstel uit pure, onversneden angst, om vervolgens gedreven door adrenaline en luciditeit bergen te verzetten.

Of dat ook allemaal wel gezond is, vraagt u zich nu af. Wie zal het zeggen? De wetenschap wellicht, of een dokter, maar beiden zijn in kerstverlof nu. Ik kan het dus niet even checken, al durf ik er nogal wat op te verwedden dat het slecht is voor je cortisolwaarden en gebeurlijk of dientengevolge ook voor je hart. Het wordt pas echt nefast als heel bovenstaand systeempje zich ook afspeelt tussen de lakens. In het beste geval heb je een hemels uitgesteld orgasme. In het slechtste geval valt er zelfs met Viagra niets meer aan je fallusfalen te verhelpen. Dan kan je twee dingen doen: alle lakmoesproeven wijselijk uit de weg gaan en eenzaam je dagen slijten, of met veel branie verkondigen ‘dat seks zo overroepen is’. Ik doe ze allebei en leg onderwijl wat geile jazz op van Melody Gardot. (Die mij trouwens kan krijgen. Kan iemand dat doorgeven aan haar? Merci.)


JV

DE WERELD VAN JEROEN
Deadlineglorie
Lorgues
Lorgues

Griepje

Toen ik die nacht honderd keer dezelfde scène droomde - enkel onderbroken door een korte reclameboodschap -, het vervolgens heel warm kreeg en dan weer lag te klappertanden, wist ik het: ik ben één van de velen die de wintergriep heeft opgelopen.

Ik werd wakker met barstende hoofdpijn en met een prop watten tussen mijn oren. ‘Waar heb ik dit nu weer opgeraapt?’, vroeg ik me af. Het is een zinloze vraag maar ik had toch niets beters te doen. Mijn gedachten gingen uit naar die rare vriendin van Brigitte Bordeaux laatst, Gollumina. Die heeft me ongetwijfeld betoverd terwijl we een terrasje deden. Of misschien kreeg ik het van de mannen van de brandweer die me een kalender verkochten? Ik gaf die een schouderklopje en bedankte hen voor hun inzet bij de jaarlijkse bosbranden.

Het kan ook zijn gebeurd tijdens de kerstinkopen. Je hebt al eens de neiging om de waren die men je aanbiedt op de kerstmarkt even in je handen te nemen ter controle op kwaliteit. Het is voldoende dat er net vóór jou één of andere viezerik datzelfde stuk onderniesde en je hebt prijs. Maar het zijn zinloze bedenkingen, je komt er toch nooit achter en het maakt verder geen enkel verschil.

Iedereen heeft ooit al eens met griep in bed gelegen, ik moet er dus geen overbodige uitleg bij geven. Griep is een prachtig excuus om je een beetje zielig te voelen en om van de ochtend tot de avond te niksen en te netflixen.

Dirk raadde me kippensoep met gember aan, Herman zwoer bij een gezwollen dosis Dafalgan, mijn kinderen zegden dat ik me goed moest verzorgen, Bro adviseerde veel rust, een been gebroken is erger zegde nonkel Gaston en de rest van de familie wenste me veel beterschap. Dit alles samen heeft er ongetwijfeld voor gezorgd dat het na een goeie week effectief beter ging. Al zegt de boerenwijsheid dat je zoiets gewoon moet uitzieken en dat het ook vanzelf weer overgaat.

De week was verder zonnig en zacht en dat maakte dat ik overdag, als de zon vanuit het zuiden mijn woonkamer binnenschijnt, de ramen kon openzetten en mijn appartement kon verluchten. De zonnestralen gaven me een extra boost vitamine-D en dat kan nooit kwaad.

Ik waagde me zelfs een keer of twee naar buiten om wat snelle inkopen te doen bij de kleine kruidenier naast mijn deur. Alweer een groot voordeel, de buurtwinkel vlakbij. Vooraleer het pand te betreden waarschuwde ik de verkoopster dat ik griep had en niemand wilde besmetten maar dat ik mijn handen had ontsmet en mijn mondmasker niet zou afzetten. Ze zegde dat het goed was, ze kent me inmiddels en we zwieren een saluke naar elkaar elke keer dat ik haar winkel voorbij stap. ‘Als ik bang zou zijn van elke klant die ik zie, ik zou niet veel verkopen’, lachte ze, ‘Leg alles maar hier dan stop ik het wel in je boodschappentas’.

Pierre, mijn buurman van het tweede, nodigde me uit om met oudejaarsavond een glas te komen drinken. Aangezien ik de rit naar België in deze toestand niet wil ondernemen, zal ik waarschijnlijk ingaan op zijn aanbod. Het geeft me nog een paar dagen respijt om het snot uit mijn hoofd te spoelen met behulp van fysiologisch serum, dat moet nét kunnen.

Ik heb wel gemerkt dat ik last heb van bijwerkingen. Zo ben ik sinds een week bang geworden van Brigitte Bordeaux, van Gollumina’s, van buurvrouwen van het eerste, van vuurwerk, van stofzuigers (behalve als ik ze zelf bedien), van virussen, van afwasproducten, van de afwas, van vuile beddenlakens, van ventilatoren op stand drie, van Franse rapmuziek, van Antwerpse burgemeesters, van Theo’s die Engels praten, van statische elektriciteit, van de zwaartekracht (behalve als ik op de grond sta), van dronken kerstmannen, van kippenlevertjes en van goedkope wijn. Ik hoop dat het voorbij gaat.

Bij deze, aan alle mensen een goede gezondheid gewenst in 2024. En voor wie nu met griep in bed ligt: een héle héle goede gezondheid gewenst.

HL

DE WERELD VAN HANS
Griepje
autopech
autopech

Kerststronk

‘Ik hoop dat jullie wat kunnen uitrusten in België’ zegt een eigenaar van het vakantiepark voordat we richting het noorden vertrekken. Ik doe eigenlijk geen moeite meer om uit te leggen dat naar België gaan tijdens de kerstdagen zowat het tegenovergestelde is van ‘rust’. Elk jaar opnieuw neem ik me voor om in onze overdrukke agenda wat ‘gaatjes van ontspanning’ in te lassen maar voor je het weet heb je weer een ontbijt date, een lunch date en een diner date, aaneengeregen met snelle koffies en cavatjes tussendoor. Gezellig is het zeker en mijn hart maakt telkens een sprongetje als ik iedereen weer zie, hoe kort of hoe lang dat ook moge zijn, maar het is ook zeer vermoeiend en mijn lever smeekt na twee dagen al om vakantie.

De kinderen zijn weer een ander paar mouwen. Jaren werden die overal mee naartoe gezeuld en sliepen die op een zetel hier en een luchtmatrasje daar. Die tijden zijn voorgoed verdwenen. Dus voordat ik iedereen weet te motiveren om mee te komen gaan er heel veel onderhandelingen aan vooraf. Een eigen kamer: check. Maar één keer per dag op appèl: check. En 1 ‘chilldag’ waarop niets moet: check.

Dan breekt de grote dag aan en ik kan mijn verbazing amper verbergen als alle drie de zonen om 6u in de auto zitten en wij het vakantiepark perfect op schema kunnen verlaten. Deze keer geen halfuur op iemands deur moeten bonken om vervolgens een puber met een rotslecht humeur gedurende 12 uren op de achterbank te hebben. Neen, deze vakantie kent een smetteloze start. Ik ben in mijn nopjes.

Maar je geluk kan op elk moment keren, dat weet iedereen die een beetje oplet in het leven. Na drie uur rijden, net voorbij Valence, neem ik een hap van een banaan, zo eentje met bruine schil die ik snel nog mee ritste uit de fruitschaal want fruit weggooien doe ik niet graag, als we plots iets horen aan de rechterkant van de wagen. Ik denk aan een platte band maar het ratelende geluid wordt luider en luider en een ik lokaliseer het nu toch onder de motorkap. Ik gil: ‘aan de kant, nuuuuu!’, de jongens verschieten zich een bult en veren recht en die bruine banaan vliegt door de auto.

En natuurlijk is er geen pechstrook als je er één nodig hebt en pas als we de brug zijn over gerold, vallen we net op het eerste stukje pechstrook dat weer opdoemt, stil. Het is super druk die zaterdag de 23ste, het lijkt wel of heel Frankrijk ‘en route’ is dus we kruipen snel achter de vangrekken, tussen een bos braamstruiken waar we allemaal in verstrengeld raken.

Het gaat hier om een splinternieuwe tweedehandswagen, sinds een maand in ons bezit en we realiseren ons dat we nooit het verzekeringspapier hebben aangekregen met het telefoonnummer van de takeldienst. Dus verstrengeld tussen de bramen en met zuchtende tieners op de achtergrond begint onze belronde op zoek naar een verzekeringskantoor dat open is op de zaterdag voor kerstmis. Drie kwartier verder en veel onverstaanbare telefoongesprekken later (die voorbijsnellende auto’s maken een hels lawaai) blijken we gewoon de gendarmerie te moeten bellen want enkel geaggregeerde dépannagediensten mogen werken op de Franse autostrades. Ik bel dus #17 en ik hoef niet uit te leggen wat er aan de hand is want ze zijn al op de hoogte gebracht dat er 5 reizigers gestrand zijn in de vrieskou en tussen de braamstruiken geklemd staan op het eerste stukje pechstrook achter de brug.

Dertig minuten later komt een takelwagen, geheel in kerstsfeer met al zijn flikkerende lichtjes en felle kleuren, ons ophalen. Noodgedwongen moeten we mee naar het volgende gezin dat gestrand is omdat ze hun huurauto vulden met benzine in plaats van diesel. Ne mens zou van minder verward raken met al die kerststress maar de dépanneur doet gouden zaken en fluit er lustig op los.

Gelukkig kan je voor 40 cent een warme chocolademelk krijgen in het wachtzaaltje van het dépot waar wij en onze kapotte wagen worden gedropt, want de kerstsfeer is ondertussen ver onder het vriespunt gezakt nadat de fluitende dépanneur ons verkondigt heeft dat de splinternieuwe tweedehandswagen waarschijnlijk goed is voor de schroot en de verzekeringsmaatschappij ons gemeld heeft dat ze enkel een vervangwagen voorzien om ons terug naar huis te brengen mits we nog niet over de helft van onze reis zijn.

Drie uren terug naar het zuiden om daar een andere wagen te huren en vervolgens weer van nul beginnen? Niet dus. Ettelijke telefoontjes en veel binnensmonds gevloek later vinden we bij een SuperU in de buurt nog één huurauto. Oef! Er lijkt schot in de zaak te komen en de huurprijs valt mee. Bert vertrekt met een taxi en de jongens drinken hun 5e chocomelk en staren lang uitgezakt en zuchtend naar hun (godzijdank voor de!) schermpjes.

Onder luid getoeter kondigt Bert zijn aankomst aan en wij stormen met valiezen, kerstcadeaus en donzen naar buiten om dan stil te vallen als we de omvang van de huurwagen vaststellen. Bert wil het niet horen en probeert alsnog, tetris gewijs, de valiezen in het koffertje te puzzelen maar als na twee valiezen het koffertje reeds vol zit, keren de jongens sloffend terug naar het chocolademelkautomaat voor een zesde refill en strooien wat verwijten rond: ‘Mama waarom moet jij ook zo’n grote valies meenemen? Wat zit daar eigenlijk allemaal in? En je yogamat?! Precies of jij in België yoga gaat doen?!’

Ondertussen zijn we vier uren verder en ik reken dat we al voorbij Nancy, misschien zelfs Metz zouden geweest zijn maar ik sta nu wanhopig te bellen naast een chocolademelk automaat en schreeuwende pubers die naar huis willen want ‘Kerst is f**cking boring man!’ Maar dan: bingo! Bij Hertz hebben ze nog twee auto’s, maar wel enkel ‘groooooote’ wagens meldt de aanstekelijk enthousiaste telefoniste en ik maak bijna een sprong in de lucht.

Ik duw nog wat geld in het chocolademelkautomaat en rijd dan samen met Bert naar het Hertz filiaal aan de andere kant van Valence. De ‘groooooote’ auto blijkt niet veel groter dan die van de SuperU maar hij kost wel twee keer zoveel (slik) en met verzekering erbij drie keer zoveel (slik slik) maar we hebben geen keuze want elke centimeter telt nu. Bij de SuperU rekenen ze, ondanks onze verwoede pogingen tot begrip, toch één dag aan voor de 45 minuten dat we hun mini wagentje gebruikt hebben. (slik slik slik).

Wat een goedkope kerstweek zou moeten worden met een huizenruil zal waarschijnlijk de geschiedenis in gaan als één van onze duurste kerstweken ooit maar de 24ste zitten we toch wel met de hele familie aan de kersttafel en ben ik na de laatste hap van de Kerststronk deze zure appel alweer vergeten. Of bijna toch.

SL

DE WERELD VAN SWAANE
Kerststronk

DE VIER WINDSTREKEN

Richerd Meyer
Richard Meyer

Open brief aan Patrick Dupont

Vanwege Richard Meyer, Hegeliaans filosoof

BIO
Geboren te: Saint-Antonin in 1945
Leeftijd: 78
Status: Jonkman
Studies: Radio-Elektronica
Beroep: Gepensioneerd verkoper bij Krëfel
Hobby’s: Duitse Schepers africhten
Lievelingsmuziek: Alles van Mahler en Wagner
Lievelingseten: Choucroutte met patattenpuree


Ik richt me bij dit schrijven tot meneer Dupont van Café l’Embuscade, zelfverklaard filosoof en aanhanger van het Franse Verlichtingsdenken tot en met het nieuwerwetse geblaas van Parijse onbenullen als Jean-Paul Sartre, Albert Camus en leeghoofd Michel Foucault.

U dwaalt, meneer Dupont van Café l’Embuscade. De Franse filosofen laten zich leiden door emotie terwijl Duitse genieën zoals Hegel vertrekken vanuit ratio en bijgevolg superieure denkers zijn.

Filosofie is complex en systematisch en moet derhalve worden weggehouden uit café’s die worden uitgebaat door personen met een individualistische en romantische benadering van de menselijke natuur en de samenleving. De geschiedenis ontwikkelt zich door een dialectisch proces, waarin tegenstellingen worden overwonnen en de mensheid naar een hoger niveau van vrijheid en rationaliteit evolueert. De verheerlijking van de natuurlijke staat van de mens en het afwijzen van geïnstitutionaliseerde samenlevingen leiden tot chaos. Dus ja, ik beken, ik ben een rechts-hegeliaans denker met een godsbesef. Mag dat?

Meneer Dupont van Café l’Embuscade legt de nadruk op directe democratie en wantrouwt complexe staatsstructuren? Ik antwoord daarop we de plicht hebben om een georganiseerde staat met een goed gedefinieerde hiërarchie en een constitutioneel bestuur naar Germaans model te steunen. Men kan de noodzaak van institutionele stabiliteit en het belang van representatieve instellingen in het politieke proces niet negeren.

Meneer Dupont van Café l’Embuscade prijst de waarden van de Verlichting? Ik vraag hem, waar heeft het ons gebracht? De samenleving is in verval wegens gebrek aan sterk leiderschap. Meneer Dupont van Café l’Embuscade is een blinde in het land der blinden. Alles wat is, is een trede in de ontwikkeling van de absolute Idee en die leidt onherroepelijk tot god.

Komt daarbij dat de tante van meneer Dupont van Café l’Embuscade mij op 14 mei 1965 heeft afgewezen, zogezegd omdat ik ‘van den Duits zou zijn gepoept’. Ik ben die schande nooit te boven gekomen en ik eis van meneer Dupont van Café l’Embuscade dat hij afstand doet van zijn dwaalfilosofie en erkent dat Hegel een meer verlichte geest is dan alle Franse filosofen samen. Men heeft mij onrecht aangedaan en ik eis genoegdoening.

Meneer Dupont van Café l’Embuscade weet mij wonen, ik ben bereid om op elk moment met hem de spreekwoordelijke degens te kruisen. Als hij durft tenminste, de lafaard. Mij proberen kapot te maken op de parking van het Centre Culturel van Lorgues is gemakkelijk. Ik was in de minderheid, de paar links-hegeliaanse denkers die aanwezig waren draaiden hun kar en lieten mij in de steek. Zo kan iedereen winnen.

En aan de mensen in ons dorp heb ik het volgende te zeggen: mijn ouders waren beiden Franse staatsburgers en het is niet omdat mijn moeder tijdens de oorlog in Vichy verbleef dat daar “iets zou gebeurd zijn”. Er is niets, maar dan ook niets, Duits aan mij.

Ik dank u voor uw aandacht.

Richard Meyer

PS: Nu ben ik pas echt kwaad.


Noot van de redactie: Meneer Meyer is een exploot van het Hegeliaans denken en kan bijgevolg een flink stukje doorzeuren. Het verleden waar meneer Meyer naar verwijst speelt allang geen rol meer in de gemeenschap van vandaag. Laat het los meneer Meyer, laat het los.


HL

FILOSOFIE
Open brief aan Patrick Dupont
undercover
undercover

Het openbare leven van een geheim agent - Skiverlof

BIO
Geboren te: onbekend
Leeftijd: onbekend
Status: single
Studies: onbekend
Beroep: Geheim Agent
Adres: onbekend
Hobby’s: onbekend
Sterrenbeeld: onbekend
Speciale kenmerken: houdt zijn kousen aan in bed
Lievelingsmuziek: de filmscore van Jack Reacher (I en II) en Mission Impossible


Claude Vandenbossche* had nog wat vakantiedagen over en besloot deze op te nemen tijdens de feestdagen. Hij gooide zijn zwarte trui met rolkraag, enkele paren zwarte sokken, zijn zwarte polyester skibroek, zwarte handschoenen, zijn zwarte bivakmuts, ondergoed en een propere zakdoek in een reistas. In een grote rugzak stak hij een paar staven dynamiet met tijdsontsteker, een vijftal handgranaten, rookbommen, een UZI, twee Stingers, zijn snipergeweer, een kijker met nightvision, een bazooka, twaalf blikken cola, een paar wegwerp-gsm’s, een flesje rozenwater en een doos Dafalgan. Hij stak zijn kleine Weinrauch 22 LR pistool in zijn heupholster en zijn Beretta 80X Cheetah in zijn kalfslederen borstholster. Drie werpmessen vonden hun weg in de voering van zijn lange zwarte lederen jas en zijn boksbeugel stak hij gewoon in zijn jaszak bij zijn sleutelbos. Een klein kaliber pistool FN-Herstal Model 150 Kal. 22 Long Rifle stak hij in zijn kous. Claude* was klaar om op skireis te vertrekken.

Claude* daalde af naar de kelder van zijn appartementsgebouw, opende een goed gecamoufleerd deksel in een donkere hoek en verdween in de duisternis. Via het rioolstelsel begaf hij zich naar één van zijn safehouses in de stad. Daar aangekomen betrad hij de radiokamer en stuurde een gecodeerd bericht naar Barre Berry, zijn vertrouwensman bij de Europese instellingen. Hij kende Barre Berry van zijn tijd op de academie waar ze mekaars leven talloze keren hadden gered. Telkens Claude* op missie naar het buitenland moest, regelde Barre Berry transport via de diplomatieke koffer van een kopstuk van het Uitvoerend Agentschap voor het trans-Europees vervoersnet (TEN-V UA).

De radio kraakte. Claude* kreeg het bericht dat hij nog vandaag meekon naar Straatsburg. “Rendez-vous op spoor 1 van het station Schuman om 14:30 u, wagon R.C.S. 552 317 (bagage)”. Barre Berry had zelfs een anonieme bestelwagen geregeld die Claude* binnen tien minuten zou oppikken. Goeie ouwe Barre Berry.

De trein naar Straatsburg vertrok om 14:39 u. Claude* zat verstopt in een container die hij van binnenuit kom openen. Hij wist dat er een tussenstop was voorzien in Paris-Nord om 16:38 u. Daar zou zijn wagon worden losgekoppeld en dan ging het van Paris-Est (17:24 u) verder naar Straatsburg met aankomst om 19:11 u.

Door een klein strategisch aangebracht kijkgaatje spiedde Claude* onafgebroken naar de verbindingsdeur tussen de bagagewagon en de passagierswagon tweede klasse. Hij hoopte vurig dat er terroristen aan boord zouden zijn want hij verveelde zich een beetje. Hij opende één van zijn blikjes cola en dronk het in één teug leeg. Pure energie was dat, can’t beat the feeling. Toen ging de verbindingsdeur open en trad een man in het uniform van de spoorwegmaatschappij de wagon binnen. Hij zette zich op een kist en stak een sigaretje op. ‘Lafaard’, dacht Claude*, ‘je wordt niet betaald om hier te zitten roken’.

Er rijpte een plannetje in de geest van Claude*. Muisstil opende hij de container en sloop lenig als een kat naar de man die zich van geen kwaad bewust was. ‘BOE!’, riep hij luid. De man schrok en kreeg een hartstilstand. Het was een effectieve methode om de vijand uit te schakelen, het werkte telkens weer en je moest je handen niet vuil maken. Claude* trok het uniform van de man aan, opende de buitendeur van de wagon en schopte het lijk naar buiten. Vermomd liep Claude* nu ijzig kalm door de verschillende passagierswagons terwijl hij oplettend de reizigers taxeerde. Voor de deur van de eerste klasse-wagon stopte hij en draaide zich op zijn hielen. Als er misdadigers aan boord waren, dan niet in eerste klasse want daar zitten de rijke mensen en iedereen weet dat die eerlijk zijn en werk verschaffen aan het minder intelligente deel van de bevolking. Zij zijn steeds de eerste slachtoffers van aanslagen en dienen derhalve extra beschermd te worden, dat weet iedereen.

Claude* vond niks verdachts en dat betekent dat àlles verdacht is. Het was té rustig in de trein, dat moest verkeerd aflopen. Het kon niet anders of de vijand wist dat hij aan boord was. Claude* aarzelde niet. Onopvallend liep hij terug naar de bagagewagon, ontdeed zich van het uniform van de treinbediende en maakte zich op om de trein te verlaten nog voor de tussenstop in Paris-Nord. Claude* keek op zijn uurwerk. Het was 16:30u, dat betekende dat hij nog acht minuten had vooraleer de trein het station zou binnenlopen. Hij gespte zijn rugzak vast en droeg zijn reistas op zijn buik. Hij opende de buitendeur en wachtte zijn moment af om te springen. In een bocht op een paar honderd meter voor het station zag hij zijn kans en buitelde gecontroleerd over de kiezelstenen tussen de sporen van het rangeerstation van Saint-Denis.

Over een half uur zou het donker zijn en zou hij ergens een wagen stelen waarmee hij zijn reis kon verderzetten. Claude* voelde zich gelukkig. Vakantie… het deed hem telkens deugd.

Wordt vervolgd…


*Claude Vandenbossche is de schuilnaam van Clement Vandevelde, adres bij de redactie gekend. Barre Berry is de schuilnaam van Bernard Peeters, adres bij de redactie gekend.


HL

UIT HET LEVEN
Het openbare leven van een geheim agent - Skiverlof
school
school

Men zegge het voort

Het onderwijs, je kan daar veel over poneren Je zou ook kunnen zwijgen. Maar de alerte lezer weet intussen wellicht dat zwijgen niet mijn sterkste kant is. Toch niet wanneer het over dingen gaat die mij na aan het hart liggen. Zoals het onderwijs.

Ik denk dat we hulde moeten brengen aan de leerkrachten die verder kijken dan hun lesboek dik is. Ik zou willen zeggen dat ze dik gezaaid liggen, maar daar ben ik niet zo zeker van. Ik vond er in mijn eigen schoolcarrière slechts een halve handvol op mijn pad. Waren al die anderen slecht? Neen, natuurlijk niet. Maar slechts weinigen maken het verschil. En het zijn die weinigen die je boven jezelf laten uitstijgen. Dat is van een waarde die niet in woorden te vatten valt. Laat staan in geld.

Als ik terugdenk aan de lagere school, in de Floréallaan in Ukkel, Brussel, zijn er twee mensen die spontaan mijn netvlies bevolken: juf Peemans van het tweede leerjaar, en juf Greet, die mij zes jaar lang zedenleer gaf. De eerste had iets onconventioneels in alle conventie, een gevoel voor humor, een authenticiteit die echode in mij. De tweede leerde mij nadenken, en kritisch zijn, zeker over ethische en morele thema’s. Jawel, dat kan dus al in de lagere school.

In het middelbaar was er eerst het atheneum van Grimbergen. Ik kwam er pas terecht in het tweede jaar van de eerste graad. Een immens grappige, ei zo na pensioengerechtige lerares wiskunde werkte in enkele weken mijn achterstand weg en bombardeerde mij prompt tot een liefhebber van rekenen en algebra. Ze vertelde hoe ze ooit met haar ‘mobilette’ in de gracht was gesukkeld. ‘Jezeke’, zei ze, ‘ik recht de beek in. Kletsnat was ik.’ Alweer: authenticiteit. En wij lachen natuurlijk. Maar dankzij haar verdampte de misselijkmakende bullenbakkerij van meneer Servais, mijn leraar wiskunde in het eerste middelbaar in Ukkel. In zijn les moesten we voortdurend aan het bord komen om de één of andere bewerking op te lossen. Mijn volgnummer was 13. Lang leve dat geluksgetal. Dat heb je wanneer je achternaam begint met een v.

Meer dan eens placht ‘de Servais’ – wanneer hij mij opriep om aan het bord te komen – te verzuchten: ‘Vermeiren. Pfff, het leven is een strijd.’ Hij tastte daarbij wanhopig naar zijn voorhoofd en ik, ik begon met lood in de schoenen aan mijn opdracht. Om ze grandioos te verkloten natuurlijk. Hij is wellicht lang dood, die Servais. Maar beste, als u nog leeft en u leest dit: u was een eikel pur sang, een klootzak. Alstublieft, dank u wel.

Halverwege het vierde middelbaar verkaste ik van Grimbergen naar het atheneum van Asse, alwaar ik herademde in de lessen Nederlands van mevrouw P. Zij liet mij kennismaken met poëzie. Het zou een life changer blijken. Zij liet een liefde in mij ontluiken waarvan ik het bestaan vaagweg vermoedde, maar waar ik niet de vinger kon op leggen. Toen in 2021 mijn derde dichtbundel verscheen, zat zij in het publiek. Het was – geloof het of niet – een hoogtepunt in mijn leven. De zaadjes die zij plantte, zijn bepalend geweest voor mijn leven en carrière. Dat zij, die mij de poëzie leerde kennen, er die avond bij was, betekende alles, echt alles voor mij.

Het onderwijs, je kan daar veel over zeggen. Je zou ook kunnen zwijgen. Maar dat vertik ik. Ik heb een rotsvast geloof in mentoren, inspiratoren, bezielde leerkrachten, die het verschil maken. Mensen die het vermogen hebben om van een dwalende ziel als ondergetekende het talent in de kiem op te pikken. Het potentieel. Dat vervolgens water te geven, en wat zonneschijn. Het zijn zij die het verschil maken, zij die weten dat niemand echt verloren is. Daar bestaat een woord voor: liefde. Liefde voor hun vak, liefde voor jonge mensen op een glibberig leerpad, liefde voor wat zou kunnen zijn, eerder dan cynisme over wat misschien wellicht niet zal. Wie ziet wat wél zal, wat wél kan, die verdient al ónze liefde, en al óns respect.

Laat het gezegd zijn.
En men zegge het voort.


JV

ONDERWIJS
Men zegge het voort

GEMENGDE RUBRIEKEN

Tony2
Tony2

De rubriek van de pragmatische huisman

In deze rubriek vergast (inmiddels) Alleenstaande Vader Tony u wekelijks op enkele glasheldere en ongecomplexeerde huishoudtips, helemaal op maat van al wie na de dagelijkse arbeid aanzienlijk leutiger dingen te doen heeft dan pakweg strijken, poetsen en pubers opvoeden. Bijverdienen in het zwart, bijvoorbeeld.

De 29ste wet van Tony: ’t is fijn reizen met de trein
Nooit gedacht dat ik, autoliefhebber van het eerste uur en verkoper van BMW’s deze uitspraak zou doen op een dag, maar vandaag is het dus zover: ’t is fijn reizen met de trein. Tot mijn grote verbazing, moet ik toegeven. Ik heb voor het eerst in 20 jaar nog eens gebruik gemaakt van de diensten van de NMBS. De kinderen wilden Brussel eens zien. Ze waren er nog nooit geweest, moet ge weten. Ja, die van ons geweest is een echte dorpsmus, die heeft een bloedhekel aan elke grote stad en al zeker aan onze hoofdstad. ‘Dat is daar levensgevaarlijk!’ placht ze altijd te zeggen. ‘Of kijkt gij misschien niet naar het nieuws, Tony?’ Ik zweeg altijd wijselijk wanneer die van ons geweest zulke uitspraken deed. Ge moet als echtgenoot goed weten welke discussies ge kunt winnen en welke niet. (Hint: de meeste niet.)
Maar dus: ik met mijn kroost naar Brussel Centraal (zonder vertraging godbetert, komt dat tegen!) en van daar te voet naar de Grote Markt, met een kleine omweg weliswaar, want de Koninginnegalerij, daar moet ge toch eens gepasseerd zijn. Jong, die jeugd wist niet wat ze zag. Dat was van ‘Amai!’ en ‘Wauw!’ en ‘Mogen we een wafel?’. We trokken ook naar de Vismet, waar een kerstmarkt staat opgesteld én een reuzenrad. Dat geeft zo een ander perspectief, zo’n rad. Ik zal u eens iets zeggen: dat was een schone dag, daar in Brussel. Ondanks alle drukte, want ’t was koppen lopen, maar voor de kinderen voelde het alsof ze op reis waren. Ge ziet, ik kan een heel toffe vader zijn. Al zal er nog wel commentaar komen van die van ons geweest alias de kinderen hun moeder, omdat ik zoon- en dochterlief heb blootgesteld aan de Grote Gevaren van de Hoofdstad. Pffff, ze kan zo stilaan mijn kleurpotloden kussen, dat chagrijn. Ik doe toch wat ik wil, zeker, als ik een uitstap organiseer? Dat is geen multiple choice vraag hé. Er is maar één antwoord en dat is: ja!

De 30ste wet van Tony: opgelet met Sint-Jacobsvruchten
Ik heb een lekker kerstmaal geprepareerd, al zeg ik het zelf. Vier gangen om duimen en vingers bij af te likken. Afijn, drie gangen om duimen en vingers bij af te likken, want de tweede gang draaide in de soep. Ik peinsde: ik serveer de kinderen eens Sint-Jacobsnootjes. Ge moet weten dat ik dat zelf heel gaarne lust. Maar ik moet toegeven: ik had dat nog nooit zelf gemaakt. Wat blijkt? Ge moogt dat niet te lang bakken. Efkes schroeien aan elke kant en dan serveren. Anders krijgt ge caoutchou. Ja, ik had dus prijs hé. Vijf seconden niet opgelet en ’t was van dat. Een zeemvel ware smakelijker geweest dan mijn nootjes. Vloeken dat ik gedaan heb, vloeken! Ge wilt het niet weten. En de kinderen maar lachen. Tranen in de ogen hadden ze. Bon, ze hebben zich dan toch geamuseerd, dat is ook iets waard. Maar ik herhaal: opgelet met Sint-Jacobsvruchten! Kort aanbakken aan elke kant en dan serveren, wanneer ze nog een beetje glazig zijn vanbinnen. Kom niet af dat ik u niet gewaarschuwd heb hé!


JV

Stel je vraag aan Tony:

VRAAG HET AAN TONY
De rubriek van de pragmatische huisman
Mopje
Mopje

Hengelse humor

Two fishermen were fishing in a boat on the Thames.
One fished up a mermaid.
He took her in his arms and looked at her from head to toe.
Then he threw her back into the water.
“Why?” asked the other.
“How?” he replied.




GDB

MOPJES VAN NONKEL GASTON
Hengelse humor
Zon
Zon

Wat brengt de toekomst?

Steenbok (22/12 - 20/01)

U wordt dit jaar de architect van uw eigen toekomst, Steenbok. Stel doelen op, maak een blauwdruk voor succes en werk gestaag aan het bouwen van de funderingen voor uw dromen. Sommige Steenbokken ontwikkelen een talent voor manifesteren. Aldus is het niet uitgesloten dat zij EuroMillions winnen. Het weze hen gegund.

Waterman (21/01 - 18/02)

Ontdek uw innerlijke activist dan wel filantroop. Word lid van lokale initiatieven, neem deel aan milieuprojecten of steun creatieve projecten. De lokale blaaskapel, bijvoorbeeld. U zult merken dat uw bijdragen een positieve impact hebben, met name op zeventigplussers. De sterren voorspellen voorts een gezond januari. Zij moedigen u aan december te vergeten.

Vissen (19/02 – 20/03)

Dit jaar wordt u de meester van creatieve ontsnapping, Vissen. Gliberig als u bent, moet dat een koud kunstje worden. Verdiep u daarnaast in literatuur die uw geest verheft. De kosmos is wat dat betreft ondubbelzinnig: vooral poëzie zou uw schubben en kieuwen deugd doen, met name de bedrieglijk eenvoudige verzen van ene Jeroen Vermeiren. U vindt zijn werken in de betere boekhandel of online.

Ram (21/03 – 20/04)

Het ziet ernaar dat u uw innerlijke vuurkracht zal ontdekken, Ram. En dan hebben we het niet over uw beruchte winderigheid, maar over nieuwe passies en een tomeloze energie voor doldwaze avonturen. De sterren raden u aan klien te beginnen, pakweg met een cursus vuurspuwen. Als ook dat nog te hoog gegrepen is, koop dan een trampoline en waag u aan veilige buitelingen. Wel opletten dat u met uw hoorns geen scheuren trekt in het zeil.

Stier (21/04 – 21/05)

U ontwikkelt een onverwachte fascinatie voor het maken van sculpturen met ongebruikelijke materialen. Denk aan beeldhouwen met kaarsvet, zand of marsepein. Uw kunstwerken zullen op bijval kunnen rekenen en mogelijk zelfs een nieuwe trend gaan inluiden. Hou tijdens dat luiden de decibels wel onder een factor 70. U hebt ook buren, moet u weten. En die zijn gehecht aan hun introspectieve rust en verkwikkende slaap.

Tweelingen (22/05 – 21/06)

Dit jaar omarm je uw innerlijke komiek. Begrijpe wie kan, want u bent zelden grappig. Maar de sterren zijn stellig. Ga dus experimenteren met stand-up comedy. Enkele rotte tomaten daar gelaten, zult u merken dat u niet geheel gehaat wordt, meer nog, dat een schare medemensen u best vermakelijk vindt.

Kreeft (22/06 – 23/07)

U stort zich helemaal op het koken van exotische gerechten en aarzelt daarbij niet soortgenoten op gruwelijke wijze in dampende kookpotten te rammen. De weg naar succes loopt nu eenmaal niet over rozen, maar over lijken. De sterren zien u floreren als chef en stellen zelfs een Michelinster in het verschiet. Uw brein zal zich ontpoppen tot een culinair, smaakverbluffend laboratorium. De prijs die u daarvoor betaalt is de eeuwige haat van uw schalige broeders en zusters.

Leeuw (24/07 – 23/08)

Dit jaar wordt uw kledingkast uw podium, Leeuw. Beetje vreemd, vinden wij zelf, want u staat niet bepaald bekend om uw goede vestimentaire smaak. Edoch, de kosmos schijnt er anders over te denken en wie zijn wij om de kosmos tegen te spreken? Experimenteert u dus naar believen met stijlen die u normaal gesproken nooit ofte nimmer zou overwegen. Maak van elke dag een modeshow en weet: zelfexpressie begint bij een doordachte kledingkeuze.

Maagd (24/08 – 23/09)

De sterren zien een gouden match tussen Maagden en Bonsai-planten. De precisie en toewijding die nodig is om deze miniatuurbomen te verzorgen, zijn natuurlijk gefundenes Fressen voor de hardwerkende, op details gerichte Maagd. Die kleine drollen van bomen zullen u niet enkel rust brengen, maar ook bewondering en tal van oneerbare voorstellen. Geniet vooral van dat laatste neveneffect. U mag nog wel eens van bil, meldt Venus.

Weegschaal (24/09 – 23/10)

Het is dat zulks een hoop kosmisch-juridisch gedoe met zich meebrengt, maar ware dat geen obstakel, de sterren zouden uw teken koudweg afschaffen. Het zegt iets over uw populariteit, Weegschaal. Misschien moet u toch wat meer wikken en wegen, wat meer bezinnen voor u begint. Nu willen we geloven dat de kosmos in een slechte luim is en de dingen wat aandikt. Gevraagd naar een wat hoopvollere boodschap, kregen wij slechts dit te horen: ‘2024 is het jaar van de laatste kans voor Weegschalen.’ Tja, we geven het maar door, hé.

Schorpioen (24/10 – 22/11)

U ontwikkelt in ijltempo een fascinatie voor detectiveverhalen. Daar zit uw jarenlange fascinatie voor ene Endeveour Morse ongetwijfeld voor iets tussen, maar zoals u weet, is die brompot lang dood. Richt u zich dus op nieuwe whodunnit-coryfeeën of bij gebrek daaraan op de cryptogrammen van Karel Vereertbrugghen. U zou kunnen overwegen Cluedo-gewijs een moordmysterieavond te organiseren met vrienden. Maar leert u dan wel eerst uw verlies te aanvaarden.

Boogschutter (23/11 – 22/12)

Boogschutters voelen een drang de pen ter hand te nemen en zich te wagen aan een nieuw hoofdstuk in hun leven: het schrijven van reisdagboeken, her en der aangevuld met recepten van de gerechten die ze onderwege op hun bord vinden. We kunnen daar moeilijk tegen zijn, al hebben we onze twijfels. Nu goed, als de sterren het voorspellen, zullen ze wel weten wat ze doen, zeker? Denken we. Hopen we.


JV

HOROSCOOP
Wat brengt de toekomst?
Lezersbrief
Lezersbrieven

Lezerbrieven

NU is de maat VOL! De emmer der vernedering loopt zwaar over, onnozelaars van Au Parleur! Dat ik in uw flutgazet moet lezen dat Tony zich achter mijn rug liet steriliseren TIJDENS ONS HUWELIJK (!!!) is degoutant en van zeer, zeer, ZEER laag niveau. Ik ben diep geschokt. Gebroken, feitelijk. Zijt ge nu content allemaal? Is het dat wat ge wilt?

Voor Tony heb ik maar één boodschap: ik had het kunnen weten! Ik vond het al zo raar dat er alleen nog sprake was van een slap straaltje als wij nog eens seks hadden, maar dit verklaart alles. Ik doe u een proces aan! Voor het niet vervullen van de huwelijkse plicht van voortplanting. En ik zal nog iets zeggen: den Davy, dat is pas ne echte man. Ik ben nu zwanger van hem. En nu gij! Labbekak!


Hatelijke groeten
Julienne Vandersmossen, ex-mevrouw Tony


Stuur ons jouw lezersbrief
LEZERSBRIEVEN
Editie 16 | Au Parleur
Poëzie op maat

© Au Parleur - JEROEN VERMEIREN/HANS LENGELER 2023/update 2024

SINT-DENIJSLAAN 31A - 9000 GENT

11, BOULEVARD CLEMENCEAU - 83510 LORGUES - FRANCE

BEELDEN: EIGEN WERK & UNSPLASH