Au Parleur

- De Kleine Ongeschifte Verniete Gazet -

Au Parleur streeft naar onbetrouwbaarheid van de gegeven informatie, waarvoor ze echter niet aansprakelijk kan worden gesteld.

- Vijfendertigste editie - 11 mei 2024 - 2e Jaargang -



EDITORIAAL
Redactievergaderingen

'Hey Bro, volgende week doe ik een op-en-afke naar België. Dan kunnen we samen wat schrijven’.
‘Die redactievergaderingen via videocalls, dat werkt wel maar in levende lijve is toch beter he?’.
‘Zeker weten. Maar nogmaals, het is maar een kort op-en-afke’.
‘We zullen dat intens beleven, Bro, hou je maar vast aan je bretellen’.
‘Ok, dan moet ik nog snel ergens een set bretellen scoren. Komt goed’.
‘Altijd, Bro, altijd’.



Hans Lengeler, Lorgues
Jeroen Vermeiren, Gent

Isabelle
Isabelle

Ode aan de bekende Vlaming

Beste Asibille O,

Ik weet dat je inmiddels een bloedhekel hebt aan die naam, maar het is tv geschiedenis. Ook het verdraaide Osobollo O kan je goedkeuring niet krijgen. Jammer maar helaas.

Ónze goedkeuring kan je dan weer wél krijgen. Sinds je je als jonge spring-in-’t veld tijdens een live-optreden niet uit je lood liet slaan door wat vulgaire boe-roepende racisten, en je stevig doorging met het zingen van “Blank en Zwart”, heb je ons eeuwig respect.

Dat je een tijdje troost zocht bij Willy Sommers is je dan ook vergeven.

Het ga je goed.


HL

Ode aan de bekende Vlaming

HET NOORDEN
Jeroen
Jeroen

Het schoonste wat er is

Gedeelde levens, in welke vorm dan ook, dat is toch van het schoonste dat er is, zo besefte ik de voorbije week alweer. Ik zal u het organogram van mijn relaties besparen, maar terwijl bestie E. zich met haar mama L. – ik mag Granny of Lieve Schat zeggen – tegoed deed aan de Griekse cultuur, nam ik mijn intrek in haar huis, om mij aldaar te ontfermen over mijn officieuze dochter S., mijn zoon C., twee katten (Mali en Oscar) en de neurotische hond Wally. Die laatste adopteerden E. en ik samen in een vorig en andersoortig gedeeld leven. Omdat ik geen tuin heb en pal in het Gentse centrum woon, besloten we niet tot co-ouderschap, wat maar goed is ook, want die hele Wally en zijn neuroses zouden daar niet al te wel bij varen.
Mijn zoon en ik deelden voor de gelegenheid een royaal tweepersoonsbed en elke avond, wanneer wij te slapen gingen, kwam Wally zich tussen ons in nestelen. Waarna een diepe gelukzalige zucht volgde en hij er eerder nog dan wij het slapen toe deed.

Bij dag stond ik uren te kokkerellen. Passeerden de revue én het mooi gedresseerde bord: balletjes in tomatensaus met puree en waterkers, verse stoverij – die ik 24 uur liet trekken voor extra smaak – met krokante frietjes en een frivole kropsalade met wat sjalot en komkommer plus een Franse vinaigrette, Gentse waterzooi gemaakt met vers getrokken bouillon en afgewerkt met snippers kervel, bieslook en peterselie, wraps met krokant gebakken kip, avocado, paprika, rode ui en zure room… het kon niet op.

Eveneens bij dag voerde ik S. nu eens naar de basketbaltraining, dan eens naar een slaappartijtje op een kinderboerderij in Deerlijk en op vrijdagavond naar een basketbalwedstrijd in Nazareth. Op die wedstrijd tekenden naast haar BFF Trixie ook zoon C. en ikzelf present. Op algemeen verzoek volgde nadien een bezoek aan een bekende hamburgerketen, voor een onversneden Amerikaans geïnspireerd bacchanaal. Zo’n sportwedstrijd, dat vergt immers wat van een opgroeiend lichaam dus nadien moeten de vetten en suikers duchtig aangevuld. In een geest van ware ‘zelfopoffering’ vergreep ook ik mij aan minstens één cheeseburger. Minstens.

Ik was de afgelopen dagen één en al geluk. Het zinderde in mijn ruggenmerg en bloedbanen, in mijn hart en kokende handen, in al het kleine dat altijd het grote blijkt. Ik leef quasi voltijds alleen met mijn zoonmans. Wij hebben het goed samen, maar dat parfum van een groter gezin bedwelmt mij. Alsof ik dan nog meer een pater familias kan zijn. En ik beken: ik ben dat graag. U mag dat een kwestie van ego noemen. Ego is des mensen. Ik noem het liever: liefde. En, toegegeven, ook dit is een ding: door betekenisvol te zijn voor anderen, word je ook betekenisvoller voor jezelf. Oprechte biecht: ik heb het heel erg nodig betekenisvol te zijn. Ik word daar nu eenmaal een blijer mens van en minder de getormenteerde dichter, die een bataljon drummers in zijn hoofd heeft zitten, die altijd maar roffelen, en roffelen, en roffelen.

Terwijl ik dit alles toevertrouw aan een tekstverwerker – o, gemis van papier! – keft Wally zenuwachtig en schichtig, omdat een onverlaat het in zijn hoofd heeft gehaald z’n auto te parkeren op de oprit van de buren. Een leeuw is hij, Wally, een leeuw die dat schorremorrie een lesje wil leren. Tot het portier openzwaait en er een stevige mansmens uitstapt. Dàn schiet Wally sneller dan zijn schaduw het struikgewas in. Ik sommeer hem meteen bij mij, om troost uit te delen, in de vorm van sussende woorden en langzame halen door zijn ruivende pels. En wijl dat alles staart deze lieve, gekke, getekende, uit Roemenië geïmporteerde viervoeter mij met reeënogen aan, alsof hij wil zeggen: gedeelde levens én gedeelde smart, het is het schoonste wat er is.

De waarheid, zeg ik u, komt uit kindermond én hondenblik.


JV

DE GEDACHTEN VAN JEROEN
Het schoonste wat er is
Eva
Eva

Scrubzout

Het voordeel van ouder worden, is dat het komt met een groeiend zelfinzicht. Je zou kunnen vermoeden dat dat het gevolg is van een wonderlijke combinatie van levenservaring en meerdere coachings-, therapie- en loopbaanbegeleidingssessies. En dat klopt in zekere zin, ware het niet dat de scherpste vaststellingen over mijn bescheiden persoon mij meestal overvallen in de meest banale, dagelijkse activiteiten.

Zo stond ik onlangs onder de douche. Al een tijdje blijkbaar, want er had zich een sluier van stoom rond mij gevormd, een heerlijke cocon van mist waarin ik me kon terugtrekken. Ondertussen spoelden de waterstralen piekergedachten van me af als een zachte zomerbui na een bloedhete dag, zoals het een regendouche betaamt.
Het zou de perfecte setting kunnen zijn van een inspirerend verhaal over een catharsis gepaard met een influencerpraatje over de zelfreinigende werking van een of andere pot etherisch scrubzout. Ik moest het echter op dat moment doen met een promofamilieverpakking Sanex die ik gescoord had bij Kruidvat voor een prikje en die 5 maanden later met haar XL omvang nog steeds mijn badkamer ontsierde wegens schijnbaar onuitputtelijk (ondanks de 100den keren dat dat ding al uit mijn handen geglipt was door het onhandige formaat, met striemen verspilde douchegel op de badkamervloer als resultaat).

Geen mindful douchemoment dus dat me tot diepe zelfreflectie bracht, maar een snelle Sanexinzeepbeurt die voorlopig als enige inzicht had opgeleverd dat mijn benen hun ambitie tot aspirant-cactus nog niet hadden opgegeven en dat ik absoluut geen zin had om hen die dag van het tegendeel te overtuigen.

En toen overviel mij plots toch nog een diepere bewustwording.

Er waren goede redenen om mij die dag niet te scheren: het was al 8 maanden herfst in België en het leek er de komende tijd niet op te beteren, ik ben het feministisch gedachtengoed genegen, mijn partner maalt er niet om, ‘maai mei niet’ zou binnenkort weer aanbreken, … Klinkt aannemelijk, toch? Maar nee, de kern van de zaak kwam me plots haarscherp voor de geest, als een blinkend scheermesje vers uit de verpakking: in wezen ben ik gewoon lui. Meer nog: ik besef dat ik nog luier geworden ben sinds ik mama ben. Ok, wacht, dat klopt niet helemaal. In de volksmond klinkt het wel eens: liever lui dan moe. Ik ben absoluut beide. Mijn vader had een vaste dadjoke, als ik als tiener zei dat ik moe was: “pas op, je zal nog moeder worden”. Ik snap die grap nu pas, al is het in werkelijkheid niet zo grappig (en was het ook eigenlijk wat fout, want hallo vrije keuze of je lui, moe, moeder of niks van die drie wil zijn).

Mijn vader had absoluut gelijk met zijn ietwat ongepaste waarschuwing: het moederschap blijkt behoorlijk vermoeiend met een (voor de rest fantastische) zoon die al 4 jaar voor gebroken nachten zorgt. Om maar niks te zeggen over de mental load en de continue zorgen of hij genoeg eet, slaapt, ontwikkelt, buiten speelt, niet-schermtijd heeft, emoties reguleert, … Al die dingen maken me moe. En daarom liever lui.
Er zijn trouwens genoeg moeders die het wél klaarspelen. Een tweede kind, een bijberoep, een grote vriendenkring, vrijwilligerswerk in de vakanties, ... (of alles tegelijk, zoals vriendin N. waar ik alleen maar ontzag voor heb). Zelf vind ik het moeilijk om bovenop mijn fulltime job en mijn zorg als mama nog extra zaken te ondernemen.
Ben ik daardoor weggezakt in een staat van luiheid? Zijn werken en zorgen een ‘makkelijke’ vorm van zingeving geworden, een excuus om andere dingen uit te weg te gaan? Ik werk en zorg, dus ik ben? Is de kous daarmee af voor mij?

Duidelijk niet. Want hoe verklaar ik dan de onrust die ik voortdurend voel? Is er een rol naast mama en werknemer zijn die ook wil gezien worden en die duwt en trekt en zeurt tot ik in beweging kom? Onlangs kreeg ik de vraag wekelijks te schrijven voor Au Parleur, het online weekblad van een oude bekende (of hoe noem je een ex die niet in de friendzone zit, maar in de ‘we respecteren elkaar en houden contact’ zone). Ik schrijf bijzonder graag, toch toverde ik de voorbije jaren amper iets op papier. Een ferme writer’s block in combinatie met die hardnekkige luiheid. Mijn eerste reactie hield dan ook het midden tussen weerzin en existentiële angst. Maar kijk, ik zit nu aan het 2de column op nog geen week tijd. Soms moet je de inzichten die een grote bus Sanex je opleveren niet al te sterk vertrouwen. Soms heb je een grote pot scrubzout nodig om al die vellen van rollen die je belichaamt van je af te scrubben en te vervellen tot wie je altijd al wou zijn. En soms wordt die pot je aangereikt vanuit onverwachte hoek.


EV

DE ADEM VAN EVA
Scrubzout
Paula
paula

Zoete moeder

Paula Stulemeijer verblijdt ons met een heerlijk stukje muziek vanuit de Zoete Moederstraat.

Het Au Parleur clublied

Omdat we grote fan zijn van ons clublied blijft het nog even te beluisteren.

Meer muziek van Paula volgt weldra
DE ACCORDEON VAN PAULA
Zoete moeder

HET ZUIDEN
La Piscine
La piscine

La piscine

« Les goûts et les couleurs, on ne discute pas »

Dat leer je al doende en al zeker als je in een ander land belandt. Soms denk je een sfeer te kunnen vatten maar sla je de bal zo mis.

Voor ons businesskaartje ‘klussen en huisbeheer’ in de Ardèche gebruiken we afbeeldingen van de film ‘Mon Oncle’ van Jacques Tati. We denken een originele en tegelijk duidelijke boodschap te kunnen overbrengen: wij brengen een vernieuwende, doch Franse, kijk op wat de klant nodig heeft. Niemand, maar echt niemand, in de Ardèche herkent de afbeeldingen. Jacques Tati blijkt een onbekende te zijn en het feit dat wij een originele blik willen werpen op hun renovaties valt in dovemansoren. Niks modern, iedereen wilt bombastische structuren en voor ons totaal onnatuurlijke indelingen en schreeuwende felle kleuren in hun interieur.

De Provence en zeker de Côte d’Azur roepen een idyllische sixties, lichtelijk erotische sfeer op in mijn beleving. Ik denk dan aan films als ‘La Piscine’ met de betoverende Romy Schneider en Alain Delon in een strak broekje. Brigitte Bardot die rolt in de azuurblauwe golven met een vissersdorpje zoals Saint Tropez op de achtergrond. Gebruinde lijven die ’s avonds laat pas gaan eten en oesters naar binnen slurpen met Dalida’s ‘Paroles Paroles’ op de achtergrond.

Dus renoveren wij het clubhuis op ons vorig werk met die sfeer in gedachten. Een sensuele beachclub met retro foto’s van Romy, Alain, Brigitte, France en Dalida. Met veel enthousiasme schilderen we de knaloranje, de lievelingskleur van de Nederlanders, muren azuurblauw en wit. Maar tijdens het eerste aperitief moment weten we al: dit gaat niet goed. Geen enkele foto wordt herkend (Brigitte wie? Alain wat?) of om hun afkeur niet prijs te geven wordt de grondige facelift totaal genegeerd.

Ik besef steeds meer dat die ‘sixties retro glamour’ alleen in mijn hoofd bestaat maar toch hebben veel dorpen hier in het zuiden hun eigen ‘superstar’ die ze tot hun ‘bewoners’ mogen rekenen. Brad Pitt en Angelina Jolie trouwden hier ooit in hun Franse chateau op nog geen half uur hier vandaan. ‘Brad’s beste vriend’ George Clooney stond een aantal jaren geleden met de burgemeester op de voorpagina van het lokaal krantje omdat hij er ook een chateau kocht in het naburig dorp. En in Nans-les-Pins hadden we ooit Eric Clapton. Eric verkaste al jaren geleden naar de kust maar het dorp is hem nooit vergeten.

Als ik bij de buren laat vallen dat onze gigantische slaapzetel niet in onze nieuwe woning past laten zij weten dat ze nog een zetel hebben staan. ‘Eentje die zo comfy is dat je er niet meer uitkomt’ en ook: ‘van Eric Clapton, via zijn huishoudster bij ons beland’.

En nu is televisiekijken toch niet meer hetzelfde. Als Bert en ik volledig wegzakken in die grote witte zetel gaat onze verbeelding meermaals met ons aan de haal: ‘zou Eric hierin één van zijn hits gecomponeerd hebben?’, ‘zou Mick Jagger hierin ooit in voor ’t eerst zijn oog hebben laten vallen op Carla Bruni?’ Al de schunnige mopjes van Bert laat ik verder aan jullie verbeelding over…



SL

Foto: La Piscine Collection Christophel © SNC/ Tritone Cinematografica SNC / Tritone Cinematografica

DE WERELD VAN SWAANE
La piscine
Markt
markt

De aftrap

Soms, zoals vannacht, word ik in mijn dromen bezocht door mensen die ik lang geleden moest loslaten. Heel even ben ik dicht bij hen, zijn zij lichamelijk aanwezig en raak ik hen aan, maar dan is er het moment van het ontwaken en lossen de spoken op in de vluchtigheid van mijn herinneringen.

Ik weet niet of ik moet huilen of dankbaar moet zijn voor dat korte bezoek. Ik moet hen hoe dan ook opnieuw laten gaan, en liever had ik ze nog wat bij me gehouden. Maar het leven speelt zich nu eenmaal af in de materiële vastigheid van het nu en niet in de illusie van nachtelijke dromelarijen.

De korte opstoot van tristesse die hier bijhoort, vervaagt al snel bij het binnendringen van de geluiden vanop mijn boulevard. Er klinkt muziek, er wordt geroezemoesd door mensen op straat, het restaurant rechtover mijn slaapkamerraam opent kletterend het ijzeren rolluik, iemand roept iets af door een microfoon, een moeder kijft tegen een ondeugend kind - of misschien was het tegen een ongehoorzame hond die persé een reukspoor wilde volgen, dat kan ook.

Het is vandaag de dag van de eerste Marché des Producteurs van het jaar en bij deze wordt traditioneel het seizoen op gang getrapt.

Ik weet inmiddels wat me te wachten staat de komende maanden. Vanaf volgende week organiseert men opnieuw een vrijdagse rommelmarkt voor mijn deur, kan je elke zondagvoormiddag op de Boulevard de la République streekproducten kopen en verdubbelt de vaste dinsdagmarkt in oppervlakte. Ik dacht ergens te hebben opgevangen dat er ons ook nog een grote “vide grenier” te wachten staat. Dan mag elke Lorguenaar zijn rommel op de stoep voor zijn deur verkopen aan zijn buren. Die buur stockeert die rommel dan een jaar lang op zijn eigen zolder en wacht tot de volgende “vide grenier” om dan op zijn beurt diezelfde rommel opnieuw door te verkopen aan een andere buur. Het is een soort vorm van bezigheidstherapie in het zuiden.

Maar het is zondag en ik neem ruim de tijd om helemaal te ontwaken. Ik slenter tot elf uur rond in mijn voorjaarspyjama en neem een uitgebreide douche tot ik weer helemaal bij de wereld ben. De zon schijnt en ik waag me onder de mensen. Op de boulevard mengt het aroma van Savon de Marseille zich met de geur van verbrande cade en de uitgestalde mimosa’s bij het bloemenkraam. Zo geurde ook het huis en de tuin waar ik eerder woonde en ik laat me verleiden tot de aanschaf van een zakje fijngemalen cadehout. Als je van dat poeder een conisch torentje maakt, kan je het in een vuurvast schoteltje zachtjes laten opbranden, zoals wierook. Het helpt tegen motten en het verdrijft muizenissen.

Op de markt herken ik de stalletjes met de zelfgemaakte juwelen en de slechtgedraaide keramieken borden die er elk jaar opnieuw staan. Er zijn kraampjes waar je lokale wijn kan proeven in de hoop dat je er vertrekt met een aantal flessen, er is de superieure maar peperdure fijne olijfolie uit Lorgues en iemand bakt pannenkoeken. Op het plein voor het politiekantoor staan oude houten spellen waarmee de kinderen kosteloos hun gang mogen gaan en wie wil kan zich laten beschilderen door een juf van de kleuterschool. Een snotneus is erin geslaagd om de controle over de microfoon te bemachtigen en roept wat schunnigheden door de speakers. Zijn pret is maar van korte duur want weldra klinkt de stem van een meneer die zich verontschuldigt voor het onvoorziene intermezzo.

Tegen het middaguur zitten alle terrassen afgeladen vol blablaterende mensen. Restaurant La Table de Pôl heeft enkel binnen nog tafels vrij en voorbij de fontein, Chez Ludo, loopt het ook aardig vol. De baas van Bar Tabac le Gallia herkent me in het voorbijlopen en trekt zijn wenkbrauwen omhoog terwijl hij met zijn hoofd knikt, als wil hij vragen, ‘wanneer kom je nog eens een Grim drinken?’. Ik zwaai terug en maak een vaag verontschuldigend gebaar.

Toen ik nog in hartje Brussel woonde en je de meevaller van een zonnige lentedag had, was je gek om niet onder de platanen op de Graanmarkt een verfrissing te gaan drinken. Meteen hing er dan een vakantiesfeer in de stad en vertraagde de tijd een klein beetje. Hier is het net zo. Ik ben hier niet op vakantie - ik woon en werk hier - maar vandaag smaakt alles naar een ontspannen verlofdag.

Mijn middagmaal bestaat uit een zachtgekookt eitje met zout uit de Camargue, een paar ruwe sneden bruin brood besmeerd met een zacht gepeperde geitenkaas en één korst met rillette. Misschien haal ik me om een uur of vier nog een pannenkoek op de markt. Misschien niet.

Niks moet vandaag.


HL

BRIEVEN UIT DE PROVENCE
De aftrap
fiets
fiets

Fiets

Leren fietsen heeft alles te maken met vertrouwen. Je wint aan vertrouwen in je eigen kunnen, en in ruil verlies je wat vertrouwen in de ander. Er is immers dat cruciale moment waarop je de persoon die zei: “Doe maar, ik hou je wel vast”, nog geloofde, dus je begint wiebelig maar met een gerust hart te trappen, vertrouwend op de stabiliserende hand van de ander op de bagagedrager, maar dan kijk je voorzichtig over je schouder en zie je die andere persoon (in mijn geval mijn grootvader, vava), aan het andere eind van de oprit staan. Dus ja, je kan fietsen en dat is geweldig. Maar er is een stukje vertrouwen in de ander achtergebleven daarginds op die oprit.
Dat is niet erg, dat is het leven. Dat is de taak van een vava.

Ik kocht voor het eerst een fiets van mijn eigen centen toen ik op een blauwe maandag in Waarschoot boven de Aveve op de Oostmoer woonde en les gaf in Zomergem (ik vermeld hier met opzet al die namen omdat ze vanuit Spanje heel exotisch klinken). Als leerkracht secundair onderwijs werd ik toen gevraagd om een tijdje thuis les te gaan geven aan een meisje met anorexia. Het was een zacht, frêle en zeer intelligent meisje. We konden het goed met elkaar vinden. Aan het einde van het schooljaar kreeg ik voor die lessen een vergoeding van 500 euro. Met dat geld kocht ik bij de fietsenmaker in Waarschoot een damesfiets, en die fiets heb ik nog altijd. Tijdens het fietsen denk ik soms terug aan dat meisje, aan hoe we aan de keukentafel over handboeken Latijn gebogen zaten, terwijl de voorjaarszon door het raam op haar notities viel.

Mijn eerste jaren in Spanje ging ik fietsloos door het leven, tot mijn ouders mijn fiets op een aanhangwagen (in proper Vlaams: remorque) hesen en er helemaal mee naar Valencia reden. Mijn fiets kan dus stoefen dat ze heel Frankrijk heeft doorkruist, en daarbij verzwijgen dat ze niet zelf gereden heeft, zoals een wielrenner die vooral in de bezemwagen heeft gezeten. In die tijd, zo’n tien jaar geleden, was mijn fiets de enige stadsfiets in dit dorp en omstreken, en werd zij dus als een unicum onthaald. De mensen fietsen hier wel, maar voornamelijk voor de sport, op sportfietsen. Een fiets gebruiken om van A naar B te geraken, is een concept dat hier nog steeds niet helemaal ingeburgerd is.

In Valencia stad is er in de tussentijd wel het één en ander veranderd: de schepen mobiliteit van het vorige stadsbestuur liet overal in de stad fietspaden aanleggen, zeer tegen de zin van veel bewoners, want ze hadden geen fiets en wilden vooral hun wagen voor de deur kunnen parkeren. (Dat die schepen een Italiaan was, hielp ook niet). Maar soit, de trend was gezet, en sindsdien moet je niet meer naar Amsterdam om door een groep fietslustige Nederlanders van je sokken gereden te worden, dat kan gewoon in het Turia-park. Ook de dorpen werden aangespoord om die trend te volgen. Zo komt het dat Rafelbunyol in de vijftien jaar dat ik hier woon, van géén fietspad naar twéé fietspaden is gegaan. Elk fietspad beslaat twee straten en beide paden zijn niet met elkaar verbonden.

Dat betekent dat ik hier dus al tien jaar vrolijk door een vrijwel fietspadloos dorp fiets, en niet alleen fiets ik van A naar B, ik doe ook nog eens mijn boodschappen met de fiets. Met fietstassen (!), want ik heb geen auto (!). In een gemeenschap waarin mensen de auto nemen om hun kind naar de muziekschool aan het einde van de straat te brengen, ben ik dus een zeer vreemde eend in de bijt.

Maar ook dit dorp evolueert. Wanneer ik met mijn fiets over de markt loop, wijken de mensen niet meer uit elkaar alsof ik met een paard langskom. De laatste keer dat iemand me op mijn fietstocht door het dorp toeriep “Vas a guanyar el Tour” (je gaat de Ronde winnen) of “Esa bici es más grande que tú” (die fiets is groter dan jij), is alweer een paar jaar geleden. En onlangs passeerde ik op dat nieuwe stukje fietspad, dat langs de lagere school loopt en dan abrupt eindigt, een andere vrouw op een damesfiets. We keken elkaar aan, een beetje verbaasd, en hieven toen gelijktijdig een hand op ter begroeting. Als leden van een geheim genootschap.
En zo leert ook dit dorp langzaam fietsen.



KV

ATLAS DER ALLEDAAGSE DINGEN
Fiets

VERENIGINGSLEVEN
Maurice35
Maurice35

Het einde van de beschaving

Per grote uitzondering was er deze week geen vergadering van de Intellectuele Intelligente Humauricetensclub. Frans-Jozef Boon, wijnkenner en autoriteit op het gebied van de Zweedse poëzie tijdens het interbellum, zit in Malmö voor een bijeenkomst van hedendaagse Scandinavische dichters die de tijdsgeest onder de loep willen nemen. Gerard Glasberg, exponent van de kaasbeleving en een niet onaardig musicus, wilde dan weer geen enkele repetitie en uitvoering van de Koningin Elisabethwedstrijd voor viool missen. Ik bleef thuis want de Koningin Elisabethwedstrijd is me te commercieel.

Bij ontstentenis van twee van de drie leden van onze club had het deshalve geen zin om een wekelijkse bijeenkomst te organiseren in Café De Zweep.

Donderdagavond staat reeds vele jaren in mijn agenda aangestipt en dat daar nu geen invulling aan werd gegeven maakte me onrustig. Mijn eega stelde voor om de avond samen met haar door te brengen maar dat is bezwaarlijk een substituut voor een goed gesprek met mijn vrienden Frans-Jozef en Gerard. Ik trok me terug in mijn studeerkamer en loste het kruiswoordraadsel uit de London Times op waarmee ik tien minuutjes zoet was. Dan snuffelde ik even doorheen mijn verzameling boeken maar aangezien ik alles reeds meermaals heb gelezen, liet ik mijn bibliotheek verder voor wat ze was.

Mijn eega klopte op de deur en ik riep, ‘Binnen’. ‘Moet je nu eens komen kijken’, zegde ze opgewonden, ‘terwijl ik al zappend door het televisieaanbod ging, viel ik toevallig op de voorronde van het Eurovisie songfestival en ik zou durven zweren dat ik Frans-Jozef in het publiek zag zitten’. ‘Onmogelijk’, fluisterde ik schor, ‘Frans-Jozef zou zich nooit verlagen tot het bijwonen van zo’n vulgair circus’.

Ik heb nog maar kort geleden Vincent Vandoorne uit onze club gegooid omdat hij het woord “Tarantella Campania” verkeerd uitsprak en niet eens wist dat deze Italiaanse dans wordt uitgevoerd in de maat zes-acht. Ik tolereer, met andere woorden, geen domheid in mijn nabijheid. Je kan je indenken wat er op dat moment allemaal door mijn hoofd speelde. Frans-Jozef!

‘Er zit maar één ding op’, sprak ik mijn eega toe, ‘De decoder van Telenet Vlaanderen laat ons toe om een programma te pauzeren en terug te spoelen. Wij moeten de beelden onderzoeken vooraleer voorbarige conclusies te trekken’. We deden zoals gezegd en analyseerden de beelden van de laatste twintig minuten. Tot mijn afgrijzen zag ik op een bepaald ogenblik klaar en duidelijk mijn vriend Frans-Jozef in de zaal zitten. Aan zijn rechterkant herkende ik zijn echtgenote Hilde en wat mij helemaal van de kaart veegde was dat ik aan zijn linkerkant Gerard zag zitten.

Mijn vrienden hadden mij bedonderd. Ze hadden mij voorgelogen en waren samen naar Malmö gereisd om zich onder te dompelen in decadentie en geestelijk verval.

‘Schenk mijn een glas Rémy Martin Louis XIII lieve’, sprak ik bevend van ingehouden furie. En zo zaten mijn vrouw en ik uitgeteld in de zetel, zij een glaasje advocaat uitlepelend, ik mijn geraaktheid verdrinkend in een exclusieve cognac.

Dat de Intellectuele Intelligente Humauricetensclub op zulk een verraderlijke wijze aan haar eind moest komen had ik nooit durven dromen, maar het heeft geen zin om verder te gaan in de leugen en het bedrog.

Laat het bij deze geweten zijn dat de Intellectuele Intelligente Humauricetensclub niet langer bestaat en dat de heren Boon en Glasberg niet langer welkom zijn in mijn huis. Ik trok me opnieuw terug in mijn studeerkamer en nam de pen ter hand teneinde twee ontslagbrieven te schrijven.

Er viel een zoute traan op het briefpapier, pal op mijn persoonlijk logo bovenaan. Oh wrede symboliek.

HL

DE INTELLECTUELE INTELLIGENTE HUMAURICETENCLUB
Het einde van de beschaving
OPVOEDING
Hoofs33
Hoofs33

Courtoisie van het stijldansen

Gegroet dansgrage lezer!
Heil aan de welvoeglijke walsers onder u!

Laat mij u vandaag deelgenoot maken van één van mijn grote passies, te weten de sierlijke kunst van het stijldansen. In de betere Britse middens is het bon ton het oir niet alleen naar de betere privé-scholen te sturen, maar hen naast de elegante knepen van het roeien ook het betere danswerk te onderrichten. Ik heb menige jongeling van goeden huize na schoorvoetende eerste danspassen zien openbloeien van muurbloempje tot gecontroleerde wervelwind op de dansvloer. Een feest is het, wanneer mensen hun gevoel voor ritme op het spoor komen en vervolgens de motoriek van het eigenlijke dansen verfijnen. De kaarsrechte rug van een jongeman of heer in maatpak, de achteloos uitgestrekte arm en hand, waarin de hand van jonkvrouw of dame rust, terwijl zij subtiel toch beslist op sleeptouw wordt genomen, ach, het is een lust voor hart en oog.

In mijn geliefde Groot-Brittannië zijn zowat alle stijldansen populair, maar enkele worden toch beschouwd als het neusje van de swingende zalm. De wals, bijvoorbeeld, is zowel in de Engelse als Weense versie immens geliefd. De vaderlandse variant wordt vaak gedanst op formele evenementen en danswedstrijden, terwijl de Weense broer meer wordt geassocieerd met het traditionele ballroomdansen. Hoewel de Brit met standing doorgaans eerder ingetogen en discreet uit de hoek komt, kan hij zich waarlijk verliezen in de vrolijke quickstep. Voor de ernstige intellectuelen geldt dat zij zich meestal het meest in hun sas voelen bij de tango: gepassioneerd maar ingetogen, expressief maar delicaat. Het zal u niet verbazen dat het één van mijn persoonlijke favorieten is. Kunnen voorts ook op veel bijval rekenen aan de overzijde van het Kanaal: de cha-cha-cha en de jive. Die laatste is nogal in trek bij de jongere dansers en bij liefhebbers van swingmuziek. Ik reken mezelf overigens tot die laatste categorie en ik heb in mijn leven menige jive over de dansvloer gejaagd. De wat meer uitgesproken verleidelijke dansen zoals de rumba en de salsa zijn bij Britten wat minder in zwang, wellicht omdat zij dat Latijns-dierlijke ontberen, iets waar ik zelf overigens niet al te rouwig om ben, maar ik ben dan ook van de oude stempel, dat mag gezegd.

Het hoeft niet te verbazen dat de liefde voor stijldansen gepaard gaat met een recht evenredige liefde voor dansetiquette. Aldus worden niet alleen de technische knepen onderwezen aan de elite (en gebeurlijke liefhebbers uit de middenklasse), maar tevens de nobele kunde van de specifieke courtoisie op de dansvloer. Sta me toe u ter zake essentiële wenken mee te geven, ten behoeve van uw volgende bezoek aan het betere partijtje.

Hygiëne en verzorging
Zorg ervoor dat u schoon en goed verzorgd bent voordat u de benen uitgooit. Dit behelst onder meer een frisse adem, propere kleding en alertheid voor het overmatig gebruik van parfum of aftershave. Begeestering is goed, bedwelming is too much.

Respecteer uw partner
Bejegen uw danspartner altijd met vriendelijkheid en hoffelijkheid. Communiceer duidelijk en respecteer bovenal des anders grenzen.

Dansvloeretiquette
Houd rekening met andere dansparen op de dansvloer en vermijd botsingen. Dat doet u door uw dansbewegingen te doseren. Huldig een gecontroleerd tempo en vermijd snelle, onvoorspelbare bewegingen die gevaarlijk kunnen zijn voor anderen.

Gebruik van de dansvloer
Respecteer de richtingen en patronen op de dansvloer, vooral als u danst in een drukke omgeving zoals een balzaal. Dans in een vloeiende, gecontroleerde beweging en vermijd plotselinge richtingsveranderingen.

Bedank uw partner
Een bijzonder onderschat onderdeel van de danskunst! Na het dansen, bedankt u uw danspartner voor de gepleegde dans. Dat doet u met een royale glimlach en een vriendelijk woord, ongeacht hoe goed of ongelukkig ook de dans verliep.

Leer van elkaar
Wees bereid om van uw danspartner en andere dansers te leren. Sta open voor feedback en advies, en wees respectvol bij het geven van feedback aan anderen. Men is nooit te oud om zijn danskunde nog meer op scherp te stellen.

Neemt u van mij aan dat het naleven van deze goed bedoelde richtlijnen in hoge mate bijdraagt aan een plezierige en respectvolle danservaring met gelijkgezinden. Weet dat ik mij te allen tijde beschikbaar houdt om u in levende lijve, tijdens een daartoe georganiseerd samenzijn, nóg uitgebreider in te wijden in de wereld van de welvoeglijke ritmische beweging.

En dan nu: van één, twee, drie – één, twee, drie, daar aan die blauwe Donau!


OVER JEAN-PIERRE HOOFS
Hij mag dan geen sant in eigen land zijn, Jean-Pierre Hoofs is een man met naam en faam, niet in het minst in het Verenigd Koninkrijk. Hoofs stond decennialang aan het hoofd van de Londense School for Butlers & Hospitality, een instituut met wortels die teruggaan tot de 19de eeuw. Na een rijkgevuld leven aan de overzijde van het Kanaal resideert de man sinds twee jaar weer in het lieflijke Brugge, zijn beminde geboortestad. Daar vult hij zijn dagen als gepensioneerde zinvol in, onder meer als vlot Engelssprekende gids in het Memlingmuseum. Daarnaast verblijdt én verlicht hij de lezers van Au Parleur met zijn wijze raad voor meer courtoisie en goede manieren.



JV

JEAN-PIERRE HOOFS
Courtoisie van het stijldansen
NE MAN ALLEEN
Tony
Tony

Een echte vriend

Ik ben ne man alleen. Meer dan ooit ben ik ne man alleen. En eerlijk? Ik vind dat voorlopig prima en tofkes. Ja, ik mis mijn kinderen, en ja, ik zou er meer voor hen moeten zijn. Maar toen hun moeder er vandoor ging met een badmintonleraar en testosteronbom, was ik de veilige haven. Juist is juist. En ja, op zeker moment ben ik dan het noorden wat kwijtgeraakt. Ik wil daar niet te veel over zeggen, behalve dit: toen ik erachter kwam dat er lang voor die badmintonpipo nog een trein anderen waren afgestapt in ‘het station’ van die van ons geweest, awel toen ging het licht uit. Ik geef dat eerlijk toe. Ik bedoel: ge zijt dan een brave en hardwerkende mens en wat krijgt ge? Stank voor dank en overspel en jeuk aan uw spel. (Inderdaad! Jeuk aan uw spel! Ik daarmee naar de dokter, die daar heel vaag over deed, maar ik weet wel beter nu!)

Weet ge, in tijden van nood kent ge uw ware vrienden. Het is de ZjoZjo die mij gered heeft. En die mij verstopte in het verborgene. Ik ben daar heel content. Niemand hoeft dat te weten, maar ik heb een financiële meevaller gehad. Ik moet nergens heen en al helemaal niet gaan werken. Ik zit hier goed. En af en toe komt Hilde mijn rug masseren en zo. Wat wil ne man alleen meer? Tenzij kabel- of satelliettelevisie om de koers te volgen en een bak Duvel in de buurt?

Pas op, ik heb hier in het verborgene een schone moestuin. Den Tony eet gezond alstublieft dankuwel. Ook aan eiwitten geen gebrek, met al die kippen die hier vrij rondlopen. Mijn hongerige maag kan hun productie niet volgen. Eén keer per week komt de ZjoZjo langs, om te checken of alles in orde is. Hij brengt dan ineens wat levensnoodzakelijke dingen mee, zoals een nieuwe bak Duvel, een stukske witblauw, een oude kaas en goeie boter. Soms ook wc-papier of douchegel, of de nieuwe Playboy. De ZjoZjo, dat is een échte vriend. Die weet wat een man nodig heeft: Duvel, een goed magazine en een massage op tijd en stond. Hij heeft Hilde gisteren nog een vrije avond gegeven, opdat zij zich over mijn zere rug zou kunnen ontfermen.

Ik hoop dat ZjoZjo nooit moet meemaken wat mij allemaal overkomen is de voorbije twee jaar. Maar als dat duivelse lot toch zijn pad kruist, dan zal ik, Tony, er staan om op mijn beurt voor hem te zorgen. Want dat is wat échte vrienden doen. Daar zou die van ons geweest nog veel kunnen van leren!


JV

TONY IN HET VERBORGENE
Een echte vriend

GEMENGDE RUBRIEKEN
Mopjes Gaston
Mopjes Gaston
Mopjes

Biologieles: niet voor gevoelige kijkers

De biologieprofessor in lang gewaad staart naar zijn publiek in de aula.
Voor hem op een tafel zit er een kwakende kikker.
‘We doen nu een experimenteel onderzoek’ zegt de professor.
Hij slaat hard op de houten tafel en de kikker springt omhoog.
Zoals dat indertijd ging met die kikkers trekt de professor nu zijn linker voorpoot uit.
‘Ze groeien toch weer aan dus geen probleem.’ zegt hij.
Hij slaat hard op de houten tafel en de kikker springt kwakend omhoog.
Nu trekt hij de rechter voorpoot uit.
Hij slaat hard op de houten tafel en de kikker springt kwakend omhoog.
Nu trekt hij de linker achterpoot uit.
Hij slaat hard op de houten tafel en de kikker springt kwakend omhoog.
Er zit niets anders op en hij zegt: ‘Let goed op!’ hij trekt de rechter achterpoot van de kikker uit.
Hij slaat weer hard op de houten tafel en nog eens en nog eens. De kwakende kikker springt niet.
Hij kijkt de zaal in van links naar rechts en vraagt:
‘Wat leren we uit dit experiment?’.
Niemand wist het.
‘Als je een kikker zijn vier poten uittrekt dan wordt hij doof.’.

Je vertelt deze grap beter niet in het begin van de avond. Een opgewarmd mannenpubliek met wat alcohol op is uitstekend en een paar vrouwen bij die weten hoe mannen zijn werkt ook.
Je kunt het het best op kikkers houden. Muizen en vooral ratten blijken volgens verhalen minder vriendelijk mee te werken.


Kickpunt

Zo was er een blanke man met een kikker op zijn hoofd die bij de dokter kwam.
‘En,’ zei de dokter, ’hoe is dat begonnen?’.
‘Ik herinner het me nog heel goed dokter. Het is begonnen met een klein wit puntje op mijn dikke teen’ antwoordde de kikker.

De vorige mop hoort thuis bij de soort absurd. Ik hou er wel van indien matig geserveerd.
De oorspronkelijke versie was redelijk racistisch.

Wat is het verschil tussen de poten van een koolmeesje?
Beide pootjes zijn even lang vooral het linkse.

Normaal steekt er nu iemand een litanie met absurde moppen af maar daar ga ik niet in mee.


GDB


NONKEL GASTON
Lezersbrief
Lezersbrieven

Lezerbrieven

Beste Au Parleur,

Hoe spijtig dat Musti zijn liedje niet mag zingen op de finale van het Eurovisie songfestival. Zelfs al is het maar een Brusselaar, zo slecht was dat toch niet? Ik hoor dat liever als dat van dienen Hollander, dat is echt onnozel.

Ik wil dus oproepen voor een petitie of zo, dat Musti nog een herkansing krijgt. Het is toch niet dat wij maar een klein landje zijn dat ze er ons weeral moeten uitsmijten? Zo oneerlijk.

Misschien kan België beter direct uit Europa stappen, dat zal hen leren. Wacht maar tot bij de volgende verkiezingen!

Clem Vanmalderen


Stuur ons jouw lezersbrief
LEZERSBRIEVEN
KATHLEEN VERBIEST
Bestel je exemplaar van "de Diefstal van April" via Uitgeverij Les Iles.

96 pagina’s, €22,50

Editie 35 | Au Parleur
Po√ęzie op maat

© Au Parleur - JEROEN VERMEIREN/HANS LENGELER 2023/update 2024

SINT-DENIJSLAAN 31A - 9000 GENT

11, BOULEVARD CLEMENCEAU - 83510 LORGUES - FRANCE

BEELDEN: EIGEN WERK & UNSPLASH